Wat concluderen we uit de voorstellen?


1. Elk kind is gelijk

Als het over de kinderbijslag gaat, dan lijken politici net eskimo's in bed: ze draaien zich allemaal tegelijk. Het lijkt wel alsof heel politiek Vlaanderen samen bedisseld heeft om op hetzelfde moment het geweer van schouder te veranderen. Sinds jaar en dag geldt het principe dat het tweede kind méér kinderbijslag krijgt dan het eerste. Het bedrag aan kinderbijslag neemt dan verder toe voor het derde en vierde kind.

En bijna alle partijen denken in dezelfde richting. Ze stappen allemaal van die rangorde af en stellen voor om elk kind eenzelfde basisbedrag te geven. Open VLD gaat zelfs verder en draait de rangorde om. Dus meer kinderbijslag voor het eerste kind en minder vanaf het tweede. De basisbedragen die elk kind krijgt, verschillen wel van partij tot partij.

Vroeger werd altijd geargumenteerd dat een kind extra proportioneel meer kosten met zich brengt, omdat bijvoorbeeld een groter huis moest gezocht worden of een grotere auto gekocht. Maar tegenwoordig wordt even vaak het tegenovergestelde argument gebruikt, omdat een tweede of derde kind bijvoorbeeld ook de spullen kan gebruiken van zijn oudere broer of zus.

2. Kleine gezinnen winnen, grote verliezen

Het gevolg van die copernicaanse omwenteling in de kinderbijslag is dat de kleine gezinnen (tot twee kinderen) er gemiddeld op vooruit gaan en de grote gezinnen gemiddeld minder kinderbijslag krijgen. De meeste partijen willen immers niet meer geld uittrekken voor die kinderbijslag. Wie aan de kleine gezinnen iets wil bijgeven, moet van de grote gezinnen relatief veel afpakken want die zijn met veel minder.

De bedragen die de verliezers mislopen, kunnen hoog oplopen. Zo ziet bijvoorbeeld in het voorstel van Open VLD een koppel met drie kinderen zijn kinderbijslag per maand gemiddeld met 135 euro dalen, maar een koppel met één kind gaat er gemiddeld wel met 73 euro op vooruit. De kloof tussen de grote en kleine gezinnen is het grootste bij Open VLD. Dat komt omdat die partij niet elk kind evenveel geeft, maar het eerste kind meer dan de volgenden.

In de praktijk verliezen grote gezinnen wel minder dan de forse bedragen doen uitschijnen. Een groot gezin start immers ook als een klein gezin, en die krijgen in de toekomst meer.

3. Hervormen kost moed, of toch een beetje

De hervorming getuigt van moed, want de regels wijzigen binnen eenzelfde budget levert altijd winnaars en verliezers op. En verliezers, daar moeten politieke partijen doorgaans niet van weten. Dat kost kiezers. Bij alle democratische partijen zien zowel koppels als alleenstaanden de kinderbijslag dalen van zodra er meer dan twee kinderen in het gezin zijn. Die politieke moed moet ook niet overdreven worden: het aantal gezinnen met meer dan twee kinderen is veel kleiner dan de gezinnen met slechts één of twee kinderen. Ruim tachtig procent van de gezinnen heeft minder dan drie kinderen.

Bovendien was er lang geen politieke aanleiding om aan het wezen van het systeem te morrelen. Die is er nu wel met de zesde staatshervorming, waarbij de kinderbijslag een regionale bevoegdheid wordt. Het moment voor de partijen om kleur te bekennen.

4. Enkel Vlaams Belang trekt het budget op

De budgettaire ruimte beperkt is, en dus zijn de meeste voorstellen ongeveer budgetneutraal. Niet alle politieke partijen houden de vinger op de knip. Vlaams Belang trekt de portefeuille fors open. Daardoor gaat elk gezin met kinderen er fors op vooruit. Opvallend hier is wel dat in de plannen van Vlaams Belang het bedrag omlaag gaat vanaf het vierde kind. Of dat allemaal betaalbaar is, is een ander paar mouwen. Om de plannen van Vlaams Belang in praktijk te brengen, moet het budget met niet minder dan 1,9 miljard euro omhoog.

5. Bestaande gezinnen verliezen niet altijd

SP.A wil vermijden dat bestaande gezinnen erop achteruitgaan. Alle gezinnen stappen over naar de nieuwe regeling, behalve die gezinnen die met de oude regeling beter af waren. Die blijven in het oude systeem. Daarvoor trekt de partij zo’n 200 à 300 miljoen euro extra uit.

Ook Open VLD wil niet dat bestaande gezinnen verliezen. Het voorstel geldt enkel voor nieuwe gezinnen. Alle oude gezinnen blijven in het oude systeem. Bij andere partijen, zoals N-VA, geldt het systeem onmiddellijk voor alle gezinnen. Het is aannemelijk dat ook andere partijen een overgangsregeling zullen uitwerken.



Dit artikel werd aangepast op 12 mei 2014. Oorspronkelijk stond er "Ook Open VLD wil niet dat dat bestaande gezinnen verliezen, maar de partij lost dat wel budgetneutraal op." Die laatste bijzin klopt niet, en werd dus geschrapt.