Deze keer was het met Kris zeker niet perfect. Minister-president Peeters worstelde met zijn coalitie, enkele neofieten en uiteindelijk ook met zichzelf. Tot overmaat van ramp dreigt hij straks het lot van Antwerps burgemeester Patrick Janssens te moeten delen.

De regering-Peeters II krijgt geen bisnummer. De coalitie van christendemocraten, socialisten en Vlaams-nationalisten draaide niet soepel. Op zijn best gaat het kabinet als een transitieregering de geschiedenis in: er werd in de diepte gewerkt, maar een mix van politieke sabotage en besparingen (de crisis) maakte dat de grote projecten uitbleven.

De MP worstelde sowieso met weeffouten. Zijn keuze voor de N-VA draaide verkeerd uit met de komst van de onervaren Philippe Muyters. De federale verkiezingen van 2010 veranderden bovendien de machtsverhoudingen. Plots gedroeg de N-VA zich niet alleen als politieke marktleider, ze legde flink rechtsere accenten.

Peeters werkte in zijn eerste kabinet uitstekend samen met Dirk Van Mechelen (Open VLD) en Frank Vandenbroucke (SP.A). Het draaide zo gesmeerd dat zelfs de partijen buitenspel stonden. De komst van neofiet Ingrid Lieten (SP.A) en dwarsligger Geert Bourgeois (N-VA), die zichzelf als de volgende MP zag en nog steeds ziet, verzuurde de verstandhouding. Peeters ergerde zich ook aan andere excellenties die te zwak uitvielen.

Het bracht hem tot de opmerking dat hij een volgende keer zelf over de invulling van de posten wilde onderhandelen. Dat zou een politieke primeur van formaat zijn. Het aanduiden van de excellenties blijft een prerogatief van de partijvoorzitter. Bovendien ging CD&V zelf in de fout. Het stelde geen eigen viceminister-president aan. Zo moest de MP tegelijkertijd waken over de christendemocratische eisen en boven het gewoel staan. Ook dat veroorzaakte wrijvingen.

Gezien de omstandigheden deed Peeters dat toch niet zo slecht. De relaties tussen de meeste ministers bleven relatief hartelijk, in tegenstelling tot wat het gekrakeel suggereerde. Steevast zocht hij naar oplossingen en met fikser Raf Suys als kabinetschef in de buurt vond hij die meestal. Bij aanslepende problemen leende hij opgedraaide ministers een confidentieel oor. In het parlement kwam hij nooit in de problemen.

Te veel een gentleman

Ondanks het vertrouwen dat hij bij zijn ontelbare bezoeken in Vlaanderen uitstraalde, kon de MP gaandeweg de perceptie van een ‘stilstandregering’ niet meer keren. Verbaal bleef hij daarvoor ook te veel een gentleman. Zijn gebruik van oneliners oogde beperkt. En met volzinnen die doen denken aan de hoogdagen van de barok zal hij nooit een meeslepend causeur worden.

Twee dossiers pakten hem persoonlijk. Oosterweel bleef een nachtmerrie. Zo worstelde hij met de vraag of hij in 2010 niet beter de SP.A voor Open VLD had ingeruild. De Lange Wapperbrug had er nu al gestaan. Nu moet de eerste spadesteek voor een tunnel nog de grond in. Maar ook Uplace werd een trauma. Alle vezels in zijn lijf zijn tegen het project gekant. Maar zijn vorige regering keurde de bouw van het nieuwe winkelcentrum goed. Hij kan slechts hopen dat de diverse rechtscolleges het project definitief torpederen.

Ondertussen wenkt het Patrick Janssens-scenario. Na de Antwerpse burgemeester maakt de N-VA zich op om ook de post van minister-president als een scalp te omgorden. Het stak Peeters dat uitgerekend de Vlaams-nationalisten zijn werk nooit bewierookten. Meer zelfs, ze zaagden vrolijk de poten van onder zijn stoel.

De fiere MP liet het de buitenwereld niet merken. Maar ook de SP.A, die mettertijd voor CD&V de linkse flank moest afdekken, blonk niet uit in complimenten. Het liet Peeters meer dan eens achter met een verweesd gevoel.