Als de sociale partners niet mee- maar tegenwerken, is het moeilijk scoren als federaal minister van Werk, moest Monica De Coninck ervaren.

 

Visie

Een visie op werk, pensioenen en sociaal overleg heeft deze dame wel. Haar legitimiteit in dit veld stoelt vooral op haar no nonsense no-nonsenseaanpak en op haar realisaties als OCMW-voorzitter in Antwerpen, waar ze onder het motto ‘voor wat, hoort wat’ eisen durfde te stellen en erg activerend optrad. Dat wou ze ook allemaal doortrekken naar het federale niveau.

Daadkracht

Voor zover de politici het beleid onder elkaar konden afspreken, lukte het die lijnen door te duwen. Maar met sociale partners die het over bijna niets eens konden worden, was het veel moeilijker. De actieradius van een minister van Werk is ook beperkt: in het loonkostenverhaal mag die niet eens de regie voeren. Die beperkingen tekenen haar resultaten. Maar ze zijn er wel. Het werkloosheidsstelsel werd hervormd. Er kwam een snellere degressiviteit van de uitkeringen. De wachtuitkeringen voor wie nog nooit gewerkt heeft, zijn strenger, en beperkt in de tijd. Het brugpensioen werd een stelsel van werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag zodat de betrokkenen beschikbaar moeten blijven. Het tijdskrediet werd strenger. Er kwam een stevige campagne over het werken na 50 jaar.

Maar de werkzaamheidsgraad steeg in werkelijkheid maar een klein beetje. De minister was verplicht op vraag van grote bedrijven, vele malen brugpensioen toe te kennen op leeftijden die niet met haar visie strookten. De grootste prestatie van Monica De Coninck is de doorvoering van één statuut voor arbeiders en bedienden, al is dat door het onvermogen van de sociale partners nog verre van afgewerkt en verdient het zeker geen schoonheidsprijs.

Volgens het regeerakkoord moest de minister ook een oplossing vinden voor de Belgische regeling van de havenarbeid die botst op Europese principes. Verder dan een ‘agenda’ van gesprekken daarover onder sociale partners, is ze niet geraakt. Europa heeft zijn blamage al klaar. Een pak van haar bevoegdheden wordt straks overgeheveld naar de deelstaten. De voorbereiding daarvan had beter gekund.

Communicatie

Ofschoon haar no-nonsenseaanpak in principe goed communiceerbaar is, kwam hij niet echt uit de verf.

Het oordeel van Le Soir: 60/100

De collega’s van Le Soir zijn een beetje negatiever en verwijten haar vooral scherp taalgebruik (‘il faut prendre les chômeurs au collier’) en een gebrek aan antwoorden op concrete vragen.