Voor Elio Di Rupo kwam het resultaat op de eerste plaats. Hoe dat tot stand kwam en de manier waarop het achteraf werd verkocht, interesseerde de eerste minister minder.

‘Restons soudés’, bezwoer Elio Di Rupo zijn coalitiepartners tijdens de eerste ministerraad. ‘Laten we een team vormen.’ Achteraf bekeken werd dat niet zijn sterkste kant. In tegenstelling tot Jean-Luc Dehaene (een informeel etentje na elke ministerraad) of Guy Verhofstadt investeerde de premier nauwelijks in teambuilding. Het kwam de uiterlijke eensgezindheid van zijn ploeg niet ten goede.

Bij aanvang leek het de kwadratuur van de cirkel. In uiterst moeilijke omstandigheden kwam de regering tot stand, haast de helft van de bestuursperiode ging er aan verloren. De leiding van zo’n klassieke zespartijenregering bleef een hele uitdaging. Extreme standpunten moesten met elkaar worden verzoend. Achteraf wilde iedereen scoren op de kap van de andere.

Voor de eerste Franstalige premier sedert 30 jaar kwam het resultaat op de eerste plaats. En hij moet niet blozen. Zowel op sociaaleconomisch als op communautair vlak heeft hij gepresteerd. Zeker de staatshervorming was een heksentoer. De omzetting van de zesde staatshervorming naar concrete wetten verliep moeizaam, al bleef het geruzie binnenskamers.

Di Rupo speelde zijn rol als scheidsrechter met verve. Hij manifesteerde zich als een man van zijn woord, met oog voor Vlaamse gevoeligheden.

Voor zijn werk leunde Di Rupo sterk op SP.A-vicepremier Johan Vande Lanotte. Open VLD-vicepremier Alexander De Croo haakte vervolgens zijn wagentje aan dat duo vast waardoor de vicepremier van CD&V, Pieter De Crem, geïsoleerd raakte. Het bekwam Di Rupo soms slecht. Een goed jaar geleden volgde hij de raad van Johan Vande Lanotte op om het strikte begrotingspad te laten varen. De boete van Europa leek niet meer te vermijden en CD&V dreigde met een regeringscrisis. Ook tijdens de benoemingsfarce grepen de christendemocraten in.

Geen strik

Het rapport mag dan gezien worden, Di Rupo investeerde flink minder in de verkoop ervan. Europa lijkt best onder de indruk van de evenwichtige manier waarop België saneerde, waardoor de groei niet werd aangetast (zoals in Nederland) of de budgettaire targets niet werden gehaald (Frankrijk). Maar hij verzuimde het om er een mooie strik rond te doen. De premier communiceerde terughoudend in een periode dat burgers haast dagelijks moesten worden gerustgesteld.

Zijn presidentiële aanpak creëerde afstand. Daarbij speelde de taal hem parten. In het Frans toonde hij zich een uitstekend debater, in het Nederlands bleef de premier gevangen in vooraf uitgeschreven maar slecht afgelezen teksten. De echte déclic met Vlaanderen volgde niet, al bouwde hij een gedegen populariteit op. Misschien had de vorming van een tandem met een Vlaamse vicepremier – de regering Di Rupo-Geens bijvoorbeeld – hem op dit punt kunnen helpen. Maar Di Rupo paste voor het idee.

‘La politique, c’est un art.’

Zowat iedereen prijst zijn capaciteit om de verschillende standpunten bij elkaar te brengen en te beslissen, met het regeerakkoord als bijbel. Zijn tijdvretende werkwijze greep terug naar zijn opleiding als chemicus. Door heel voorzichtig de standpunten met elkaar te mengen, werkte hij aan een compromis. Elk dossier bereidde hij nauwgezet voor. Hij schrok er niet voor terug om met de eigen partij of vakbond in de clinch te gaan. Al vergelijkt hij zelf de politiek liever niet met wetenschap. ‘La politique, c’est un art.’

Voor de publieke opinie was het schouwspel niet altijd makkelijk om te volgen. Zij kreeg het op de heupen van die ogenschijnlijke standstill. Di Rupo kon ook niet terugvallen op een ‘maatschappelijk project’. De recente geschiedenis leert echter dat regeringen die dat wel pretendeerden, op basis van hun eerder lucht bleken te verkopenverkochten.

Het oordeel van Le Soir: 63/100

Le Soir is harder voor Di Rupo. ‘We moeten toegeven dat Elio Di Rupo op geen enkel moment de indruk gaf een ambitieuze visie voor België te hebben. Op Europees vlak was de vaststelling nog pijnlijker. België, een van de stichters van de Unie, lijkt zich terug te trekken.’