Annemie Turtelboom (Open VLD) slaagde erin op Justitie een steen te verleggen, ook al verdienen haar hervormingen geen schoonheidsprijs en was er weinig ruimte voor inspraak.

 

Visie

Turtelboom had drie duidelijke werven: een justitiehervorming doorvoeren, de strafuitvoering aanpakken en de meermaals mislukte informatisering van het gerecht op de juiste sporen zetten. Justitie is geen gemakkelijk departement, maar Turtelboom had de tijdgeest mee – iedereen was de straffeloosheid beu – en de belofte van alle regeringspartijen om maximaal mee te werken.

Zo komt het dat Turtelboom haar behoorlijk strenge, repressieve visie op strafuitvoering kon doordrukken, inclusief een fikse verstrenging van de voorwaardelijke invrijheidstelling, en de effectieve strafuitvoering van korte straffen. Toen dat laatste nog geen feit was, aarzelde Turtelboom geen moment om als minister in te grijpen toen Sharia4Belgium-woordvoerder Fouad Belkacem dreigde vrijgelaten te worden. Ze kreeg het verwijt aan ‘klassejustitie’ te doen en ‘willekeur’ in de hand te werken maar hield voet bij stuk.

Daadkracht

Ze landde ongeveer waar ze wilde landen, maar ging daarvoor wel als een stormram vooruit. ‘Turbo Turtelboom’ hanteerde het principe: ‘Niet akkoord met mijn voorstel? Kom dan zelf met een alternatief af.’ Zo snoerde ze de tegenstanders één voor één de mond.

Onder meer de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) én de Raad van State spraken zich negatief uit over de ontwerpen, maar het moet gezegd: ze kreeg ze erdoor. She boldly went where no one had gone before. De aanpak-Turtelboom werd meestal wel gevolgd, maar daarom niet geapprecieerd door alle meerderheidspartijen. Gevolg: in de dossiers die niét in het regeerakkoord stonden, moest Turtelboom rekenen op wisselmeerderheden. Dat lukte soms, zoals in het euthanasiedossier of in het dossier van de achternamen, maar niet altijd. De ‘pensioencompensatie na echtscheiding’ zit al een tijdje muurvast, de modernisering van het erfrecht wordt doorgeschoven naar de volgende regering.

Communicatie

Dat ze nauwelijks enkele maanden na haar aantreden plots ook boegbeeld van de Antwerpse afdeling was, kwam haar reputatie als minister niet ten goede. De tweede helft van de regeerperiode was duidelijk de meest vruchtbare helft. Annemie Turtelboom besefte dat de gerechtelijke wereld het niet zomaar pikte dat een econome nu het departement bestierde en bleef onverdroten bezoeken afleggen en praten, praten, praten. Op die manier won ze het respect van (een deel van) de magistratuur en advocatuur.

Het oordeel van Le Soir: 55/100

Eerlijk, er wachtte Turtelboom een enorme werf. (…) Maar het dossier van de juridische bijstand heeft ze laten vallen en de informatisering van Justitie is verre van rond.