Longread
Dit is hoe veel Vlaamse tuinen eruitzien: een open gazon, kort gemaaid. Een terras. Struiken, en hier en daar een boom.
Dat leek lange tijd goed te werken. Maar nu merken we dat onze tuinen er aan het einde van de zomer dor en uitgeput bij liggen.
De Vlaamse zomers worden heter en droger.
Daarom moeten we het anders aanpakken.

CURIEUZENEUZEN IN DE TUIN

Hoe wapenen we onze tuinen tegen een opwarmend klimaat?

Twee zomers lang hebben duizenden Vlamingen de hitte en droogte in hun tuin gemeten. De resultaten van het burgeronderzoek CurieuzeNeuzen in de Tuin geven een uniek inzicht in hoe we onze tuinen koel en groen kunnen houden. Dit zijn de voornaamste eindconclusies.

Als je Vlaanderen vanuit de lucht bekijkt, zie je tussen de gebouwen, wegen, muren en schuttingen een schat aan groen. We hebben ruim 2,5 miljoen tuinen, samen goed voor ongeveer 12 procent van het landoppervlak. In steden en woonkernen nemen gezinstuinen ongeveer een derde van de oppervlakte in. De mogelijkheden die dat groen biedt als klimaatbuffer zijn veel ruimer dan we denken.

Hoe goed een tuin bestand is tegen hitte en droogte, bepalen we in grote mate zelf. De inrichting van een tuin heeft een grotere impact dan bijvoorbeeld het weer of de ligging (zoals stad versus platteland). Dat is een cruciaal nieuw inzicht voor de klimaatwetenschap.

Hierboven ziet u een typische Vlaamse tuin. Met een oprit, een terras, een tuinhuis en een omheining. Om van deze tuin een optimale klimaatbuffer te maken, zijn drie ingrepen essentieel.

Ontharden

Tijdens de hete en droge zomer van 2022 lagen veel Vlaamse tuinen en parken er dor en uitgeput bij. Het gras bruin, de planten slap, bomen die nog vóór de herfst hun bladeren verloren. Begin september had slechts 9 procent van de CurieuzeNeuzen-tuinen een stukje gras dat nog frisgroen was. Het gemiddelde bodemvocht was gezakt van 40 procent in de lente (het maximum dat een bodem kan stockeren) tot een penibele 13 procent (kurkdroog).

Infiltratie is daarbij essentieel. Om zo veel mogelijk water in de bodem te krijgen als het regent, moet het verharde oppervlak zo klein mogelijk zijn. Wat ons dus te doen staat: overbodige terrastegels wippen en voortuinen ontharden. Ook de oprit kun je waterdoorlatend maken – daar bestaan tegenwoordig goede alternatieven voor.

Een wadi is ook zinvol. Dat van oorsprong Arabische woord staat voor ‘water afvoeren door infiltratie’. Een wadi is een verzonken plek in de tuin die het water vasthoudt en langzaam in de bodem laat sijpelen. Je kan er de regenpijp in afkoppelen. Bij hevige regenbuien stroomt de wadi vol met water dat de rest van de tuin niet kan absorberen.

Ontharden is goed tegen droogte, maar helpt evengoed bij overvloedige regenval. Dat zagen we in de natte zomer van 2021: hoe minder verharding, hoe beter tuinen kunnen werken als spons om overvloedige neerslag te bergen.

De winst van ontharden zien we ook ’s nachts, vooral in de steden. Na zonsondergang geven gebouwen, asfalt en tegels hun warmte af. Die blijft als een deken over de stad hangen. Dat effect kunnen we temperen door het hitte-eiland kleiner te maken. Als je in een stadswijk groene enclaves creëert door tuinen, straten en pleinen te ontharden, kan dat in de buurt tot één graad verschil in temperatuur geven. Op het niveau van de hele stad geven die groene zones nog eens een graad extra verkoeling. Verharding vervangen door groen is dus niet alleen goed voor je eigen nachtrust tijdens warme nachten, je maakt het ook aangenamer voor je buren en stadsgenoten.

Bomen en hagen planten

Ontharden is een goed begin. Maar even belangrijk is wat we vervolgens doen. Bomen blijken het beste wapen in de strijd tegen droogte. Zowel bomen in de tuin als in een aangrenzend bos helpen om waterreserves op te bouwen. Het bladerdek werkt als een regenscherm waaraan waterdruppels blijven hangen. Ze kunnen langzaam langs de stam naar beneden stromen, waarna ze rustig de bodem in sijpelen. Bij hevige regenbuien gaat zo minder water verloren dan wanneer het op een kale grasvlakte neervalt. Ook tijdens een droge periode hebben bomen een temperend effect: omdat ze hun water uit diepere grondlagen halen, droogt de toplaag van de bodem minder snel uit dan wanneer er alleen maar gras zou staan.

Bomen zijn bovendien efficiënte airco’s. Elke boom telt, maar in een tuin met minstens vijf bomen is de bodem gemiddeld ruim een graad koeler dan in een even grote tuin zonder bomen. Ze verdampen water en geven schaduw. Dat is bepalend voor hoe koel het blijft in de zomer. Die schaduw verklaart ook waarom stadstuinen overdag gemiddeld een halve graad koeler zijn dan de meer open tuinen in de rand en op het platteland. De tuinbodem ligt in de schaduw van gebouwen, en bomen en struiken nemen er een relatief groot deel van de oppervlakte in. Met een goede tuininrichting kun je overdag het hitte-eilandeffect overrulen. Dat is een van de grote verrassingen uit het CurieuzeNeuzen-onderzoek.

Ook een haag en struiken maken een verschil. Tuinen met een groene begrenzing zijn gemiddeld een halve graad koeler dan tuinen met houten schuttingen of stenen muren. En opmerkelijk: ook tuinen in de buurt van bossen zijn opvallend koeler. Bomen werken dus ook op afstand als airco. Als er binnen de honderd meter van je tuin een bos is, krijg je er 0,7 graden verkoeling bovenop.

‘s Nachts hebben bomen een omgekeerd effect. Omdat ze de warmte vasthouden, zijn tuinen met bomen ’s nachts iets warmer dan tuinen zonder hoog groen. Maar dat effect was in de warme zomer van 2022 slechts 0,1 graad, dus verwaarloosbaar. De nadelen van bomen wegen niet op tegen de voordelen ervan.

Het gras laten groeien

Verharding uitbreken en bomen planten dus. Maar het spectaculairste effect op ons tuinklimaat krijgen we door gewoon lui te zijn. Door het gras wat langer te laten groeien, blijft een tuinbodem op een warme zomerdag gemiddeld 3 graden koeler dan in tuinen met een kort gemaaid gazon. Dat is een groot verschil. Lang gras werkt als buffer tegen de warmte van invallende zonnestralen. Het verdampt ook meer water. Een natuurlijke airco dus. Het effect van langer gras was de voorbije warme zomer sterker dan in de natte zomer van 2021. Als we willen dat onze tuinen en parken aangenaam koel blijven tijdens hete zomers, hebben we er alle belang bij wat minder met de grasmaaier in de weer te zijn.

Er is ook het esthetische aspect. Langer gras wordt minder snel bruin. Het wortelt dieper en raakt beter aan water. Kort gemaaide gazons veranderen in de hoogzomer sneller in dorre vlaktes. Je krijgt bovendien een negatieve feedbackloop, waarbij het bruine gras in beschermingsmodus gaat door minder water te verdampen. Daardoor warmt je tuin sneller op.

Moeten we het gazon dan helemaal laten verwilderen? Niet echt. Met gras van meer dan 20 centimeter krijg je het grootste airco-effect. Maar ook tuinen met gras tussen 5 en 15 centimeter zagen er in juli dit jaar een stuk frisser uit.

Eén ding valt tegen. Langer gras werkt goed als airco, maar de CurieuzeNeuzen-data toonden geen effect op de uitdroging van de bodem. Lang gras wordt minder snel bruin en ziet dus zelf minder af, maar de bodem eronder droogt net zo veel uit. Ook dat gaat in tegen de verwachtingen. Het geeft opnieuw aan dat we de strijd tegen droogte moeten voeren voor het te laat is, door waterreserves op te bouwen in natte periodes.

Van oervlaams naar klimaatrobuust

Het verschil tussen het eerste en het laatste beeld is spectaculair. ‘Met enkele eenvoudige ingrepen heb je een tuin die veel beter bestand is tegen de klimaatverandering’, stelt Jonas Lembrechts (Universiteit Antwerpen), die CurieuzeNeuzen in de Tuin mee coördineert. ‘Hij zal ook beter scoren inzake biodiversiteit. De ingrepen versterken elkaar bovendien. Met bomen, langer gras, struiken en hagen kun je de aircofunctie opdrijven en een tuinbodem tot ruim 5 graden koeler maken. Dat is indrukwekkend.’

Niet alles kan overal. Een kleine stadstuin kan je niet vol zetten met bomen. ‘Maar alle beetjes helpen’, zegt Lembrechts. ‘En als iedereen deze vuistregels toepast in zijn tuin, krijg je een verkoelende hefboom die impact heeft op de hele buurt en zelfs de hele stad.’

Tekst: Ine Renson; Visualisatie en techniek: Tina Boeykens en Andy Stevens; Wetenschappelijke input: Johan Lembrechts, Stijn Van de Vondel, Filip Meysman, Ivan Nijs (Universiteit Antwerpen)

Over CurieuzeNeuzen in de Tuin

Het burgeronderzoek CurieuzeNeuzen in de Tuin heeft twee zomers lang de impact van droogte en hitte gemeten in duizenden Vlaamse tuinen. Dat is nooit eerder op die schaal gebeurd.

lees meer

In 2021 deden 4.400 burgerwetenschappers mee met hun tuinen, speelplaatsen en bedrijfstuinen. Er waren ook 600 meetpunten in akkers en natuurgebieden. Dit jaar tekenden 3.000 deelnemers in voor een tweede meting. Een slimme sensor gaf een half jaar elke dag data door over temperatuur en vochtgehalte in de bodem. Hiermee kunnen wetenschappers de impact van hitte en droogte beter begrijpen en voorspellen, en concrete adviezen geven over hoe je een tuin of stad klimaatrobuuster kan maken.

CurieuzeNeuzen in de Tuin is een initiatief van Universiteit Antwerpen en De Standaard, en kwam tot stand in samenwerking met verschillende publieke en private partners.