book calendar close dot left-arrow loader maximize right-arrow book calendar camera close dot dsplus left-arrow loader maximize right-arrow

PROFILING

Ga niet af op het uiterlijk

Een scanner in de luchthaven van Tel Aviv (Israël) werkt met x-rays om verbogen wapens te zoeken.reuters

Opgelet voor het omaatje van 85

Ellenlange wachtrijen en misnoegde passagiers die hun vlucht missen. De veiligheidsmaatregelen op Brussels Airport leiden tot ellenlange wachtrijen en misnoegde passagiers. De oplossing? Selectievere controles op basis van profiling. Maar wat is dat precies? En is het wel een goed idee om omaatjes van 85 zomaar door te laten?

Henk Tack

Na de aanslagen van 22 maart werden de veiligheidsmaatregelen gevoelig verhoogd. Een maatregel die toen op veel begrip kon rekenen. Maar nu, iets meer dan een maand later terwijl de luchthaven de rug probeert te rechten, duiken er meer en meer vragen op. De onvrede neemt toe, zowel bij passagiers als bij de luchthaven. Marcia De Wachter, lid van het directiecomité van de Nationale Bank van België, riep via de sociale media zelfs even op tot een boycot van de luchthaven uit frustratie over de lange wachttijden. Voormalig premier Yves Leterme miste zijn vlucht en vroeg zich af of Zaventem nog wel de beste plaats was om te vertrekken.

Zelfs Marc Descheemaecker, voorzitter van de raad van bestuur van Brussels Airport, kon het niet meer aanzien. ‘Schaf dat af....schaf dat af..’, klonk zijn hartenkreet op Facebook over het ‘dwaze’ pre check-in systeem. ‘We schieten onszelf in de voet en maken ons belachelijk in het buitenland.’ Kritiek die hij nadien nog eens herhaalde in De Afspraak op Canvas.

Volgens Descheemaecker is het bestaande veiligheidssysteem op de luchthaven nog altijd intact en kan het zonder problemen ingezet worden. Files creëren voor mensen de luchthaven in kunnen, is geen oplossing: je verplaatst het risico gewoon en blind terrorisme is niet uit te sluiten, vreest Descheemaecker. Waar hij wel heil in ziet is de inzet van moderne technologie en technieken. Selectieve controles, bijvoorbeeld, op basis van profiling.

Het probleem verplaatst

Neal Conijn, docent en consultant voor het Nederlandse SoSecure, een instituut gespecialiseerd in beveiliging, is het ermee eens dat profiling een deel van de oplossing kan zijn.

‘Een volledige screening, zoals die nu gebeurt op Zaventem, komt uiteraard de wachttijden niet ten goede’, zegt Conijn. ‘Bij de aanslagen was het voor de terroristen eenvoudig om in de luchthaven binnen te komen, omdat er daar niet gecontroleerd werd. Maar door een extra beveilingsring aan te brengen ga je dat niet tegen. De onveilige situatie is er nog steeds, alleen is die nu niet in de hal maar ergens buiten. En door de lange wachtrijen wordt de groep zelfs groter en kwetsbaarder.’

Hoe werkt profiling?

‘Met profiling laat je meer mensen sneller door en pik je er alleen mensen uit van wie je een indicatie hebt dat ze mogelijk gevaarlijk zouden kunnen zijn.’ Conijn gaat daarbij niet af op het uiterlijk. ‘Dat gebeurt wel onder meer op basis van informatie die op voorhand kan ingezameld worden. Op basis van hoe een ticket gekocht is, bijvoorbeeld. Is er een ticket voor een terugvlucht of is het iemand die een enkele reis geboekt heeft? Hoe ziet het vluchtpatroon van die reiziger er uit? De zogenaamde frequent flyers, zoals zakenmensen met een vast patroon van vliegen, zou je onder bepaalde voorwaarden ook minder streng kunnen gaan controleren.’

Kijk naar het gedrag, niet naar het uiterlijk

Maar het gevaar voor ethnic profiling, selectieve controles op basis van uiterlijke kenmerken, blijft uiteraard bestaan. Wat dan weer leidt tot de stigmatisering van bepaalde bevolkingsgroepen.

‘Dat is inderdaad iets waar we goed moeten over waken’, geeft Conijn toe. ‘Maar het moderne profiling, dat zich focust op het gedrag van de mensen, is er net op gericht om te voorkomen dat er naar het uiterlijk gekeken wordt.’

Focussen op het uiterlijk is sowieso geen goed idee volgens Conijn: ‘Het is naïef om te denken dat pakweg alleen Marokkanen, Bengalezen, of Luxemburgers iets van plan zouden kunnen zijn. Kijk maar naar de terroristen op de luchthaven van Zaventem: die waren ook niet bepaald vreemd gekleed.’

reuters

Vooral kijken naar het gedrag van het individu in de massa dus en die taak mogen we ook niet alleen aan het veiligheidspersoneel overlaten. ‘We moeten meer mensen op de luchthaven bewust maken van wat potentieel gevaarlijk gedrag kan zijn. Dat kan even goed een taak zijn voor een monteur of schoonmaker.’

Dat is volgens Conijn niet eens zo moeilijk. ‘Kijk maar naar de taxichauffeur die de terroristen met hun explosieven naar de luchthaven gebracht had. Die had al snel door dat er iets niet in de haak was. Alleen wist hij niet goed hoe daar mee om te gaan, wie daarover aan te spreken.’ De opvolging van wat er met al die informatie gebeurt is dus zo mogelijk nog belangrijker.

Bang van Big Brother

Conijn vreest niet dat we daardoor noodzakelijk naar een Big Brothermaatschappij van verklikkers evolueren. ‘Het is een risico, maar aan de andere kant is het ook een terugkeer naar hoe het vroeger was. Tegenwoordig zijn we steeds individualistischer. We vinden het steeds minder normaal om iemand aan te spreken. Door die dekmantel van anonimiteit wordt het voor criminelen eenvoudiger om bepaalde dingen te doen. Het is dan ook geen slecht idee dat de samenleving zich bewust is van de dreiging en dat we het normaal vinden om iemand aan te spreken en eventueel contact op te nemen met politie of veiligheidsdiensten.’

Niet waterdicht

Maar zelfs als we met z’n allen goed uitkijken is het systeem niet waterdicht. ‘Honderd procent veiligheid, dat gaat niet gebeuren. En daar moeten we ook niet naar streven’, zegt Conijn. ‘Het klinkt misschien vreemd, maar als je iets volledig waterdicht wil beveiligen, lopen de kosten te hoog op. Denk maar aan wat we daarvoor aan privacy en comfort moeten opgeven. Op de luchthaven wordt nu al heel veel geaccepteerd wat betreft inbreuken op onze privacy, maar op een gegeven moment bereik je een grens.’

Even testen

En als we een versnelling hoger schakelen met profiling, dan moeten we dat ook op een slimme manier aanpakken, waarschuwt Conijn. ‘We plegen regelmatig ‘nepaanslagen’ om te kijken hoe mensen die gevaarlijk gedrag zouden moeten herkennen daar daadwerkelijk mee omgaan’, legt Conijn uit. En dat blijkt al eens tegen te vallen.

‘Er kwam bijvoorbeeld al heel wat kritiek op Amerikaanse luchthavens, waar ze daar slecht mee omgaan. De vragen bij transatlantische vuchten zijn bijvoorbeeld standaardlijstjes waarbij passagiers vanzelf aanvoelen wat ze moeten antwoorden. Dan doen ze het in pakweg Israël een stuk beter. Daar wordt met iedere passagier een kort gesprekje aangeknoopt om te kijken wat voor vlees men in de kuip heeft.’

Een (slecht) voorbeeld

Israël heeft met scha en schande geleerd dat profiling door alleen af te gaan op het uiterlijk niet alleen ethisch dubieus is, maar ook gewoon een slecht idee is.
‘In de jaren 60 en 70 waren er daar veel kapingen en aanslagen’, zegt Conijn. ‘Men is toen mensen met een Palestijnse achtergrond extra gaan controleren. Maar dat is natuurlijk voorspelbaar en dat ontging de Palestijnen ook niet. Het PFLP (het Front voor de bevrijding van Palestina) schakelde in 1972 Japanners van het Japanse Rode Leger in en die konden een aanslag plegen nadat ze zonder problemen door de controle gekomen waren. Als de jihadisten nu merken dat een omaatje van 85 zonder problemen door de controle geraakt, dan zullen zij ook gaan kijken hoe ze een omaatje van 85 kunnen inzetten voor hun doel.’