Waarom bedreigen Amerikaanse gezinnen die hun huis moet verkopen de wereldeconomie?

Voor heel wat minder gegoede gezinnen in de Verenigde Staten begon het bijna als een sprookje. Om te vermijden dat de beurscrash van enkele jaren geleden de Amerikaanse consument al te voorzichtig zou maken en de economie in een recessie storten, verlaagde de centrale bank systematisch de rente, tot die midden 2003 zowat het laagste peil ooit (een dikke twee procent) haalde.

Het doel werd bereikt en de consumptie bleef op peil dankzij massale goedkope kredietverlening. Een belangrijke bron van 'inkomsten' voor de gezinnen werd daarbij hun woning, die dankzij de sterke economische groei maand na maand meer waard werd. In de VS volstaat dan een telefoontje naar je bank om je woonkrediet te laten verhogen met als argument dat het onderpand -je woning- meer waard is geworden.

Woonkredieten. De extreem lage rente in 2003 en 2004 zorgde er ook voor dat de droom van een eigen huis ook voor minder gegoede gezinnen werkelijkheid kon worden. Banken werden net als de gezinnen verblind door de uiterst lage kortetermijnrente. Mensen kochten een huis dat ze zich eigenlijk niet konden veroorloven met een krediet dat ze zich al evenmin konden veroorloven. Maar dat krediet werd hen aangepraat door bankiers die wel beseften dat ze een risico namen, maar de nieuwe markt tè aantrekkelijk vonden om links te laten liggen en dus besloten de buil tegen de bluts te stellen.

Er werden geen of nauwelijks vragen gesteld, laat staan loonstrookjes gevraagd. Wie een woonkrediet wilde, kreeg er een. Een droom die enkele jaren later een nachtmerrie werd toen de rente begon te stijgen. In de VS worden woonkredieten immers nagenoeg altijd tegen een variabele rente aangeboden, en die kan maandelijks worden aangepast.

En zo geschiedde. De rentelasten begonnen op te lopen, te hoog voor veel gezinnen. Ze konden hun maandelijkse financiële verplichtingen niet meer aan en moesten hun huis (laten) verkopen om niet helemaal kopje onder te gaan. Die verplichte verkopen begonnen te wegen op de markt en deden de vastgoedprijzen dalen, waardoor tegenover de woonkredieten niet meer voldoende onderpand stond en gezinnen een aanmaning kregen van hun bank om een deel van het krediet vervroegd terug te betalen.

Vaak lukte dat niet en dus moesten nog meer huizen verkocht worden, daalden de prijzen nog sneller en raakten nog meer gezinnen in de problemen. Pijnlijk voor de gezinnen en pijnlijk voor de Amerikaanse economie, die het met minder vinnige consumenten moet zien te rooien. Maar vanwaar komen dan de problemen van de financiële sector?

Herverpakken. Een woonkrediet heeft doorgaans een lange looptijd. Twintig tot dertig jaar, soms zelfs meer. Elke maand krijg je als bank wel een heel klein stukje van je kapitaal terugbetaald, maar geduld is blijkbaar niet de sterkste kant van de Amerikaanse banken. Daarom begonnen ze hun woonkredieten -zowel de klassieke als de subprime of riskantere- verhandelbaar te maken.

Ze mengden grote pakketten klassieke hypothecaire leningen met kleine hoeveelheden subprime-leningen, 'hakten' het geheel in stukjes en verkochten die als een soort obligaties op de financiële markten. Soms werden die 'obligaties' op hun beurt nog eens herverpakt tot nieuwe financiële producten, waardoor het uiteindelijk nagenoeg onmogelijk werd om het risico dat eraan verbonden is nog in te schatten.

Het voordeel voor de banken is dat ze sneller weer over hun kapitaal kunnen beschikken en er nieuwe kredieten mee kunnen uitschrijven. En voor de kopers van die herverpakte kredieten was het een manier om een wat hoger rendement te krijgen dan op klassieke obligaties. Niets aan de hand, zo leek het aanvankelijk, want kredietwaardigheidsspecialisten als Moody's, Standard and Poor's en Fitch zagen er geen graten in.

Kredietcrisis. Maar toen het begon mis te lopen, bleek dat de herverpakte subprime-kredieten over de hele wereld verspreid waren geraakt. Niemand in de financiële wereld weet nog hoe zwaar zijn concurrenten 'besmet' zijn. En dus werden velen terughoudend. Enkele grote instellingen raamden hun potentieel risico en dat bleek niet min. Banken wilden plots geen kredieten meer aan elkaar verstrekken omdat de tegenpartij misschien niet kredietwaardig zou blijken.

De rente begon pijlsnel te stijgen en de voor het goed functioneren van de geldmarkten zo essentiële kredietverlening tussen banken en andere financiële instellingen onderling, droogde snel op. De centrale banken moesten tussenbeide komen en pompten miljarden in het systeem om het aan de gang te houden. Tegelijk verlaagde de Amerikaanse centrale bank haar rente, al twee keer intussen. De Europese Centrale Bank stelde een aangekondigde verhoging uit.

De rust keerde terug. Maar de jongste dagen blijkt plots dat grote instellingen als UBS en Citigroup heel wat maar kredieten moeten afschrijven -potentieel als verloren afboeken- dan eerst was gezegd. De onrust keert weer, de beurzen worden opnieuw behoorlijk nerveus.

Recessie. Want als zou blijken dat het allemaal nog veel erger blijkt dan gevreesd, dan zullen de banken (nog) veel voorzichtiger worden en zal de kredietverlening wereldwijd veel duurder worden en dus inkrimpen. Met alle gevolgen van dien voor de consumptie (op krediet), voor de investeringen (met geleend kapitaal) en voor de fusies en overnames (waarbij de hefboom van vreemd kapitaal een belangrijke rol speelt).

Als het zover komt, dan kan de economische activiteit danig inkrimpen en laat dat nu net de definitie zijn van een recessie, een collectieve verarming, die in het Westen zal beginnen, maar van daaruit de hele wereldeconomie dreigt mee te sleuren. Want uiteraard zijn landen als China, India, Zuid-Korea, Brazilië voor hun groei afhankelijk van de Europese en Amerikaanse vraag naar hun producten. (lc)