'De markt is niet zaligmakend'
Walter Vanthielen: 'Van internationale handel wordt iedereen beter, maar als alle grondstoffen naar pakweg China gaan, leidt dat tot problemen.'Katrijn Van Giel Foto: © Katrijn Van Giel
Hoogleraar Walter Vanthielen besteedde zijn loopbaan aan de werking van de vrijhandel. Zijn conclusie: bij protectionisme heeft niemand baat. Zelfs met het verbieden van kinderarbeid moeten we oppassen. Tenzij we ons geweten willen sussen.

beleid

van onze redactrice



Walter Vanthielen zei de universiteit Hasselt gisteren definitief vaarwel met een afscheidscollege getiteld 'Vrijhandel Onder Vuur?'. 'Een beetje provocerend', vindt hij zelf. Zijn laatste college werd vooral een pleidooi voor vrije handel, maar ook voor een sterke, sociale overheid.

De recente en mogelijk verdere uitbreiding van de Europese Unie roept spontaan het schrikbeeld van delokalisatie en desinvestering op. Terecht?

'Neen, dat beeld klopt niet. Dat schrikbeeld werd ook al naar voren geschoven toen Spanje en Portugal in de jaren tachtig toetraden tot de EU. Het waren ook lagelonenlanden en men dacht dat ondernemingen massaal naar daar gingen verhuizen en dat allochtone arbeiders onze markt zouden overspoelen. Dat is niet gebeurd en dat zal ook in de toekomst niet gebeuren.'

'Verruiming van de markt werkt langs twee kanten. Ik reed net nog een vrachtwagen uit Slovakije voorbij. Die rijdt niet leeg terug. Er zijn wel sectoren die het bij ons moeilijk zullen krijgen. De kunst bestaat erin het aanpassingsproces vlot te laten verlopen. We zullen in de toekomst meer op technologie en kennis moeten inzetten, en manuele banen besteden we beter uit. Bij elke nieuwe uitdaging denken we dat we het niet zullen redden, maar de geschiedenis bewijst het tegendeel. Ik ben er dus gerust op. Tijdelijk kunnen er meer werkloosheid en extra kosten zijn, maar op termijn komt het altijd goed. Het heeft alleszins geen zin om onze markt te gaan afschermen.'

Komen onze lonen niet steeds meer onder druk te staan?

'De lonen zelf dalen niet door de nieuwe uitdagingen. De inkomensongelijkheid neemt wel toe. Zo wordt de kloof tussen de lonen in de textielsector en de farmaceutische industrie groter. De kloof tussen laaggeschoolden en hooggeschoolden neemt toe. Men wijst dan met een beschuldigende vinger naar de vrijhandel, maar eigenlijk ligt het aan de nieuwe technologie. Door de technische vooruitgang worden bestaande jobs moeilijker. De vraag naar ongeschoolden groeit niet en daardoor wordt de kloof groter. De sociale zekerheid moet daar een rol spelen. De handel beperken lost niets op.'

Dat wil de publieke opinie nochtans niet geloven.

'De man in de straat ziet de voordelen van vrijhandel vaak niet in. Ze zijn ook erg diffuus. In Limburg kan er expansie zijn terwijl in West-Vlaanderen contractie heerst. Politici gaan dan het status-quo verdedigen want dat levert electoraal voordeel op. Mensen die hun job verliezen, betekenen potentiële stemmen. Maar iemand die een job krijgt in de haven van Antwerpen dankzij handelsliberalisering gaat niet stemmen op een politicus die voor vrijhandel pleit, want hij legt geen verband tussen vrijhandel en de verbeterde exportsituatie. Wij moeten dus aantonen dat het wél werkt. Ook de angst voor China en India is ongegrond.'

China dreigt de Europese economie niet van de kaart te vegen?

'De economische macht van China is in het voordeel van iedereen. We zijn jaren geïndoctrineerd door het “gele gevaar,. Eerst was dat Japan, nu China. De doemscenario's over de ontwakende Chinese reus zijn allemaal gebaseerd op legenden en mythes. Een economisch sterk land is geen bedreiging want dat land is niet alleen een producent van goederen, diensten en ideeën, maar ook een afnemer ervan. Als een land sterker wordt, wordt de rest van de wereld daar ook beter van. Vroeger was Japan een lagelonenland, maar dat verschuift. Zo zal ook China evolueren.'

China importeert misschien wel veel, zoals grondstoffen uit Afrika, maar de vraag is ook of de manier waarop dat gebeurt wel wenselijk is.

'De manier waarop is inderdaad een probleem. De enorm sterke groei van China en India brengt ook de limieten van groei naar voren. We hebben het westerse economische model naar het Oosten geëxporteerd. Nu ze ons consumptiepatroon daar ook echt overnemen, beseffen we plots dat het vijf voor twaalf is. Want wat als elk Chinees gezin ook anderhalve auto gaat bezitten en evenveel kilometers als wij begint te rijden? Er zijn niet genoeg grondstoffen beschikbaar. We worden nu competitief wat die schaarse grondstoffen betreft.'

'In de toekomst kan dat nog tot serieuze conflicten leiden. Van internationale handel wordt iedereen in principe beter, maar als alle grondstoffen naar pakweg China gaan, leidt dat tot problemen. De markt biedt geen oplossing, wat men vroeger ook dacht. De hele milieuproblematiek is een van de grote uitdagingen voor de internationale handel in de toekomst.'

Om de milieuproblematiek aan te pakken werd een prijs op CO2 geplakt en laat men de markt spelen. Een goed idee?

'Ja, daar geloof ik wel in. De tegenstelling tussen economie en milieu klopt niet. Welvaart is gelijk aan inkomen plus milieu -beide dragen bij aan de kwaliteit van het leven. Het bbp brengt dat jammer genoeg niet in rekening. Men denkt spontaan: minder vrachtwagens, dus minder welvaart. Maar tegelijk zijn er ook minder ongelukken, minder files, minder pollutie…'

'Chinezen zijn vandaag niet geïnteresseerd in het milieu, ze willen meer inkomen. Wij zijn nu in een staat van welvaart gekomen dat we ons afvragen wat die extra tv of dvd ons nog waard is in functie van de degradatie van het milieu.'

Door het groeiende milieubewustzijn vreest men ook dat grote multinationals zullen uitwijken naar landen met lage milieunormen.

'Dat is helemaal niet bewezen. Ondernemingen hebben meer lange termijnvisie dan wij denken. Ze beseffen ook dat de voordelen van het zich vestigen in een ontwikkelingsland van korte duur zijn. Uiteindelijk moeten ze zich toch ook aanpassen. In Bangladesh heeft men ook graag proper water, alleen hebben ze niet de mogelijkheden om daar veel aan te doen. Je kan zo'n land niet meteen arbeids- en milieunormen opleggen die wij pas na honderd jaar verworven hebben.'

Het Westen heeft de neiging in de rest van de wereld voor pure vrijhandel te pleiten, terwijl het Europese landbouwbeleid een mooi staaltje protectionisme is. Een serieuze kaakslag voor veel ontwikkelingslanden.

'Niet alleen voor ontwikkelingslanden. Het landbouwbeleid is ook zeer nadelig voor bepaalde geïndustrialiseerde landen zoals Australië en Nieuw-Zeeland. Ik ben altijd een grote tegenstander van het Europese landbouwbeleid geweest. Een ingevroren kip uit de Europese Unie kost in Burkina Faso minder dan een lokale kip, dat is absurd. Als we het landbouwbeleid afbouwen, wordt ook het milieu er beter van. Vergeet niet dat onze landbouw zeer mest- en pesticidenintensief is. Aan de andere kant, als landbouw volledig geliberaliseerd wordt, zien de ontwikkelingslanden daar ook van af want dan genieten zij niet meer van onze gesubsidieerde en dus goedkopere producten.'

Is een zekere mate van protectie in het Zuiden niet gerechtvaardigd?

'Er werd lang gedacht dat je eerst je markt moet afschermen om achterstand in te halen om pas daarna de vrije markt toe te laten. Veel ontwikkelingslanden hebben daarvoor gepleit, maar de geschiedenis heeft geleerd dat het niet werkt. Het grote probleem is dat je een industrie moet uitkiezen die mogelijk de concurrentie kan aangaan. In landen met een corrupt regime slaagden bepaalde lobby's erin hun industrie te laten uitkiezen als die van de toekomst. Brazilië en Zuid-Korea hebben ooit achter een muur van protectie een auto-industrie ontwikkeld. Maar je ziet bij ons toch geen Braziliaanse auto's rijden? Als je de verkeerde keuze maakt, dan bloedt je industrie uiteindelijk dood.'

Welke rol heeft de overheid in het vrijhandelverhaal?

'Een sterke overheid is een noodzaak voor economische groei. Ik ben geen economische fundamentalist. Die fundamentalisten zijn zeer extreem. Zo moeten onderwijs en gezondheid altijd onder de overheid blijven vallen. De markt is niet zaligmakend. Anders krijg je toestanden zoals in de Verenigde Staten of Hongkong. In de VS zijn de beste universiteiten de privé-universiteiten, maar daar betaal je wel 20.000 euro inschrijvingsgeld. In Hongkong mag je werken wanneer je maar wil en hoe lang je maar wil. Er is totaal geen sociaal vangnet. Werk je niet, dan eet je niet, zo eenvoudig is het daar. De vraag is wat voor samenleving je wil. Als je een ongelijke samenleving wil die wel efficiënt is, laat dan de markt spelen. Wil je gelijke kansen, dan moet je grenzen stellen aan de markt.'

'Het grote gevaar is dat men milieu- en arbeidsvoorwaarden gaat betrekken in het handelsdebat. De VS en de Europese Unie vergeten dat kinderarbeid, lage lonen en slechte werkomstandigheden een afspiegeling zijn van de economische toestand van een land. Daarom kan je een land niet zomaar opleggen dezelfde standaarden te hanteren. Als we kinderarbeid in ontwikkelingslanden aan banden leggen, sussen we ons geweten, maar de algemene armoede stijgt er wel. We moeten er dan ten minste voor zorgen dat we voor een compensatie zorgen. Hier is een belangrijke taak voor ontwikkelingssamenwerking weggelegd. Zomaar handelssancties gaan opleggen is alleszins het antwoord niet.'