Tien jaar na de start van hun loopbaan hebben Vlaamse ingenieurs gemiddeld twee jobs op hun cv staan.

In de komende weken studeren ongeveer 2.000 jongeren af als burgerlijk, industrieel of bio-ingenieur. Jonge ingenieurs zijn erg gegeerd op de arbeidsmarkt. Velen vinden een baan nog voor ze de schoolbanken hebben verlaten. Maar hoe verloopt hun carrière daarna?

Op die vraag kunnen de ingenieursfederaties KVIV en VIK, verenigd in het nieuwe samenwerkingsverband Ie-net (zie inzet) een antwoord geven. Ie-net deed een loopbaanbevraging bij 1.200 Vlaamse ingenieurs, gepromoveerd tussen 2000 en 2009, dus met minimaal één en maximaal tien jaar beroepservaring.

Wat blijkt? Na tien jaar arbeid hebben ingenieurs gemiddeld twee jobs op hun cv staan. Amper een op de vijf heeft meer dan drie verschillende jobs achter de rug. Veranderen van job staat voor ingenieurs ook niet noodzakelijk gelijk aan veranderen van werkgever. In tien jaar wisselen ze gemiddeld maar één keer van werkgever. Acht op de tien oefenen hun tweede job uit bij een andere werkgever dan degene bij wie ze hun carrière zijn gestart.

Volgens Hans Romaen, woordvoerder van Ie-net en zelf burgerlijk én industrieel ingenieur, is de loyauteit van ingenieurs aan hun werkgever groot. ‘Dat blijkt niet alleen uit de lage mobiliteit. Ook op vragen naar jobtevredenheid komen hoge scores. Liefst twee op de drie van de ondervraagde ingenieurs noemen zich ‘tevreden tot zeer tevreden' met het loonpakket en ruim acht op de tien zijn gelukkig met hun job.'

De eerste jaren van een ingenieurscarrière verlopen erg stabiel, meent Romaen. En rationeel. ‘Ingenieurs wegen nauwgezet de voor- en nadelen van hun carrièreverschuivingen af.'

Toch is er geen sprake van immobilisme. ‘Tachtig procent van de ingenieurs start zijn carrière in een vaktechnische functie. Na enkele jaren groeit een deel door naar een managementfunctie, al dan niet in combinatie met hun vakspecialisatie. Na vier jaar loopbaan zit een op de drie in een managementfunctie. Ambitie is er dus wel. Voor directiefuncties komt men meestal pas in aanmerking na tien jaar ervaring.'

Die functiewijzigingen hebben ook hun weerslag op het loonniveau. ‘Ingenieurs die enkel hun vaktechnische job blijven doen, zullen merken dat hun salaris, in vergelijking met dat van collega's die naar het management doorgroeien, verhoudingsgewijze zal zakken. Anderzijds klimmen ingenieurs die hun managementcompetenties ontwikkelen, hogerop en verwerven ze op termijn financieel betere voorwaarden.'

Volgens de enquête van Ie-net verdienen burgerlijk ingenieurs met zes tot tien jaar ervaring in Antwerpen gemiddeld 4.200 euro bruto. In West-Vlaanderen is dat 300 euro minder. Voor industrieel ingenieurs gaat het om 3.500 en 3.100 euro.