Een op de twintig van alle Belgen met een baan leeft onder de armoedegrens. Een verhoging van het minimumloon is niet de beste oplossing.

De drie nationale vakbondskoepels zijn naar het tweejaarlijkse loonoverleg met de werkgevers getrokken met de eis dat er een verhoging komt van de minimumlonen. De bonden willen een beter inkomen verkrijgen voor de zgn. working poor, de mensen met een baan die toch in armoede leven. Het gaat om werknemers met een (gezins)inkomen dat lager ligt dan 60% van de loonmediaan – en die mediaan ligt op 2.595 euro bruto per maand.

Uit een studie door Ive Marx van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB), aan de Universiteit Antwerpen, blijkt dat werkende armen wel degelijk bestaan in België. Over wie gaat het?

Ze vormen een minderheid binnen de groep van de armen. Van alle Belgen op beroepsleeftijd (tussen 18 en 65 jaar) leeft 12,7% onder de armoedegrens. Bij de niet-werkende Belgen (zoals werklozen of langdurige zieken) loopt dat aantal op tot 27,9%.

In Vlaanderen zijn er veel minder armen dan in Wallonië of Brussel en dat verschil valt te verklaren door het veel hogere aantal werkenden in Vlaanderen. Wie een baan heeft, loopt minder risico op armoede. Maar dat risico verdwijnt niet helemaal, leert het CSB-rapport, want bijna een op de twintig van alle werkende Belgen (4,7%) leeft onder de armoedegrens.

Volgens Marx valt dat cijfer al bij al mee. ‘In vergelijking met de meeste andere Europese landen zijn er relatief weinig werkende armen in België.' In Portugal of Italië zijn er dubbel zoveel.

België telt iets meer ‘werkende armen' bij de vrouwen dan bij de mannen, en ook iets meer bij de 50-plussers. Maar het fenomeen blijkt vooral een zaak te zijn van gebrek aan scholing – 8,1% van de lagergeschoolde werknemers is arm – en van het soort arbeidscontract.

Terwijl slechts 2,9% van de werknemers met een voltijds contract arm is, geldt dat voor 10% van de werknemers met een deeltijds contract.

Ook de gezinssituatie is van groot belang. Bij tweeverdieners bestaat er weinig armoede (1,5%), terwijl liefst 22,5% van de uitwerkende alleenstaande ouders arm is. ‘Wie een laag loon verdient, leeft niet automatisch in armoede', zegt Marx. ‘Een laag loon wordt pas een probleem als dat inkomen de behoeften van meerdere gezinsleden, zoals kinderen, moet dekken. Voor wie geen gezin moet onderhouden, kan het minimumloon perfect volstaan om uit de armoede te blijven.'

De vakbondseis naar hogere minimumlonen wordt in het CSB-rapport op een kritische noot onthaald. Hogere minimumlonen zijn welkom, vindt Marx, maar ze volstaan niet als oplossing. Integendeel, zelfs bij een verhoging van het minimumloon met 10% tot 30% – wat de vakbonden nooit zullen verkrijgen – zal het aantal werkende armen amper dalen. Reden? Het extra loon komt niet altijd op de juiste plaats terecht.

‘Heel wat mensen die voor het minimumloon werken, leven niet in een arm gezin', zegt Marx, bijvoorbeeld omdat hun partner wel een behoorlijk loon heeft. Hij ziet veel meer heil in een algemene verlaging van de belastingen en de sociale bijdragen op de lage inkomens.