Niet Kortrijk of Roeselare, laat staan Antwerpen of Brussel, maar wel Maaseik kende in de voorbije 35 jaar van alle Belgische regio's procentueel de grootste aangroei van werkgelegenheid.

ARBEID

Van onze redacteur



Die verrassende conclusie valt te lezen in een studie van het Federaal Planbureau naar de 'verschillen in werkgelegenheidsgroei tussen de 43 Belgische arrondissementen over de periode 1970-2005'.

De analyse vertrekt van de vaststelling dat de Belgische werkgelegenheid (uitgedrukt in personen) over de voorbije 35 jaar met gemiddeld 0,4 procent per jaar is toegenomen. 'Maar achter dat gemiddelde groeicijfer voor de gehele Belgische economie gaan erg uiteenlopende ontwikkelingen per arrondissement schuil', luidt het in het rapport.

Zo werd tussen 1970 en 2005 in zeven van de 43 arrondissementen een groei van de werkgelegenheid genoteerd met meer dan 1 procent per jaar. De absolute uitschieter hierbij was het Limburgse Maaseik, met een groeipercentage van meer dan 1,75 procent bijkomende banen per jaar (op de kaart staat Maaseik helemaal donker ingekleurd).

Opgelet: dat cijfer zegt niets over het totale werkaanbod in de regio Maaseik, wel over de aangroei ervan. Het betekent dus niet dat er in de regio Maaseik meer banen zijn dan pakweg in Leuven of Gent.

Andere sterke stijgers waren het West-Vlaamse Tielt en de Waalse arrondissementen Nijvel en Marche-en-Famenne.

In zes regio's daarentegen was er sprake van een jaarlijkse daling van de werkgelegenheid. Die slechte score was het geval voor de Waalse regio's Soignies, Philippeville, Mons en - vooral - Charleroi en Luik. In Charleroi en Luik berekende het Planbureau een jaarlijkse achteruitgang met meer dan 0,5 procent. (Die twee laatste regio's staan op de kaart helemaal licht ingekleurd.)

Maar ook voor de hoofdstad, Brussel, is er op langere termijn sprake van een dalende werkgelegenheid.

In een poging tot verklaring van die uiteenlopende werkgelegenheidsevoluties wijst het Planbureau op de 'lokale ontwikkeling van het arbeidsaanbod'.

'Het verband tussen werkgelegenheid (vraag naar arbeid) en bevolking op arbeidsleeftijd (arbeidsaanbod) verloopt in feite in twee richtingen: het arbeidsaanbod past zich aan bij verschuivingen in de vraag naar arbeid (jobs trekken mensen aan, wat leidt tot migratiebewegingen) en, vice versa, het aanbod van arbeid trekt bedrijven aan die zich in de buurt van dat arbeidsaanbod gaan vestigen.'

Maar ook 'moeilijker te kwantificeren' factoren als de innovatiekracht, toegankelijkheid, beschikbaarheid van infrastructuur en de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen spelen een 'niet onbelangrijke rol'.

Blz. E5 Vlaamse werkloosheid op laagste peil sinds 2000.