Tien jaar op de beurs doet kapitaal krimpen
Foto: ann
De Stoxx 600 index klom van ruim 171 begin 2003 naar meer dan 400 punten midden vorig jaar, een rendement van gemiddeld 20 procent per jaar. De beleggers, die begin 2003 tegen verliezen van 50 procent en meer aankeken, konden opgelucht ademhalen. Nagenoeg dag op dag een jaar geleden klom de return op hun aandelenportefeuille nipt uit het rood, voor het eerst in acht jaar.

Maar het kon niet doen vergeten dat wie negen jaar eerder zijn neus niet opgehaald had voor een vastrentende belegging van pakweg 3procent, een totale return van bijna 31 procent op zak had. Het zou nog een tijdje duren voor die achterstand was goedgemaakt. Zoveel was duidelijk.

Zes maanden later brak de kredietcrisis uit. De financiële waarden gingen onderuit, het ging van kwaad tot erger en uiteindelijk werd de hele beurs meegesleurd door de vrees voor een wereldwijde recessie. Of erger nog: een ineenstorting van het financiële systeem.

Nog een jaar later, en ondanks de sterke prestaties van de tweede helft van afgelopen week, staat de Stoxx 600 nu op 280 punten, een verlies van dertig procent in één jaar. Wie een belegging in aandelen ondanks alles nog steeds als een langetermijninvestering ziet en ook de tweede crisis aan het uitzweten is, kijkt nu sinds midden 1998 tegen een gemiddeld jaarlijks verlies aan van 1,25 procent. Helaas, waarom hebben we toch niet voor vastrentende beleggingen gekozen?

Maar het is nooit te laat, en de situatie op de markt van de klassieke spaarboekjes, kasbons en termijnrekeningen lijkt nu op het eerste gezicht een pak interessanter dan tien jaar geleden. Midden 1998 zat de rente in een dalende trend en haalde het spaarboekje bij de grote banken een rendement van 2,75 procent, premies inbegrepen. Enkele kleine banken gingen tot 3,5 procent, meer viel er niet te rapen.

Termijnrekeningen waren helemaal te gek, zo leek het toch. Netto kreeg je 2,8 procent op één jaar en 3,5 procent op vijf jaar.

Nu telt een spaarboekje dat minder dan 4procent opbrengt niet meer mee en meer dan één instelling biedt 5procent of zelfs meer voor wie zijn geld minstens een jaar onaangeroerd laat. Kasbons gaan tot 5,3 procent, afhankelijk van de looptijd, net als termijnrekeningen, maar daar loopt de rente op tot 5,85 procent.

Maar de inflatie bedroeg in 1998 minder dan één procent. Een reële nettorente van 2,75 procent dus. Vergelijk dat even met de huidige toestand. Geen enkel boekje slaagt er momenteel in om de inflatie voor te blijven. Die bedroeg afgelopen maand 5,8 procent en zal volgens het Planbureau dit jaar op gemiddeld 4,8 procent uitkomen.

Zelfs de allerbeste boekjes zullen er dus dit jaar niet in slagen om de inflatie nipt bij te houden. Wie, zoals het Planbureau en de meeste internationale instellingen, verwacht dat de inflatie vanaf volgend jaar zal afnemen, heeft er baat bij om zijn geld nu voor een iets langere termijn vast te leggen. Wie vreest dat de prijzen in het huidige tempo zullen blijven stijgen en de rente dus hoog zal blijven, kiest allicht beter voor een spaarboekje.