Energiefondsen beleggen vooral in de olie- en gasindustrie. Een sector onder vuur, maar onmisbaar.

Door de ramp met het boorplatform in de Golf van Mexico ligt BP en eigenlijk de hele petroleumindustrie onder vuur. Maar is er eigenlijk een alternatief? Door de expansie van de groeilanden is de verwachting niet dat de wereld minder energie nodig heeft, maar meer.

En alternatieve energie heeft nog grote nadelen, zoals langdurig gevaarlijk afval (kernenergie). Het is ook veel duurder dan de traditionele fossiele brandstoffen (zonne-energie, wind...). Bovendien lijkt het erop dat de gemakkelijkste te ontginnen oliebronnen (zoals in Saudi-Arabië) over hun hoogtepunt heen zijn. Lage(re) energie- en olieprijzen zijn dus niet meteen te verwachten, terwijl de olie- en gasindustrie cruciaal blijven.

In de tabel YTD (return Year To Date: sinds 1/1/2010) zie je dat de return van de betere fondsen nog meevalt ondanks de recente val van BP en consorten. Over 3 jaar (steeds return op jaarbasis) merk je dat de beurscrash van 2008 niet aan de energiefondsen is voorbijgegaan. Over vijf jaar zijn de returns zonder meer prima.

Fortis L Equity Energy World behaalt met een jaarlijks rendement van 8,4% over 5 jaar de beste prestatie. Voor die prestatie uit het verleden kreeg het fonds 3 Morningstar-sterren. Toch gaf Morningstar dit fonds voor de kwalitatieve rating slechts een ‘inferior' beoordeling. Met die rating tracht Morningstar na contact met de beheerders van het fonds de waarschijnlijkheid aan te geven dat het fonds beter blijft doen dan de rest.

Voor Fortis L Equity Energy World is Morningstar daar minder zeker van omdat de goede return van het fonds vooral bepaald wordt door een glansprestatie in 2007 (25% beter dan de sector). Morningstar vindt een voortdurende outperformance belangrijker. Nog een belangrijk punt voor Morningstar is de consistentie van het management van het fonds: de huidige fondsmanager, Warren Gibbon, is pas verantwoordelijk sinds augustus 2009, al was hij wel analist voor het fonds sinds 2004. Het is dus mogelijk dat hij een belangrijke bijdrage leverde tot de prestatie, maar hij kan dat pas nu bewijzen als verantwoordelijke.

Gibbon geeft een zwaar gewicht aan de geïntegreerde olie- en gasleveranciers. Hij houdt van hun hoge kasstroom terwijl ze toch laag gewaardeerd zijn. Bovendien schommelen de koersen van die supermajors minder dan de meer gespecialiseerde oliebedrijven, die in 2009 wel sterk gepresteerd hebben. Eind april was de grootste positie ExxonMobil met 7,84%, daarna BP met 7,64%, vervolgens leverancier Schlumberger met 5,94%, Chevron (5,85%) en Total (5,32%). Net na Fortis komt het Global Energy fonds van Schroder met een jaarlijkse return van 7,92% en het krijgt van Morningstar een ‘superior' rating, wat dus wil zeggen dat de kans op een blijvende outperformance hoger wordt ingeschat. De 5 belangrijkste aandelen: Total, goed voor 7% van het fonds , Conoco Philips (5,7%), BG Group (5,7%), Suncor (5,3%) en Devon Energy (4,1%). BP maakt in tegenstelling tot bij Fortis geen deel uit van de tien grootste posities.