De vergrijzing van de beroepsbevolking in Vlaanderen gaat heel erg snel. In de overheidsdiensten is er nu al een oververtegenwoordiging van 50-plussers.

De arbeidsdienst VDAB wijst in een rapport over de arbeidsmarktsituatie van de Vlaamse 50-plussers op de ‘pijnlijke' evolutie van de beroepsbevolking in Vlaanderen. Tegen 2020 zal de Vlaamse bevolking op arbeidsleeftijd (van 15 tot 64 jaar) nog stijgen met ongeveer 60.000 personen, waarna ze met liefst 150.000 afneemt tussen 2020 en 2040.

De dubbele beweging van ontgroening (minder jongeren) en vergrijzing (meer ouderen) zal de leeftijdsverhoudingen op de arbeidsmarkt helemaal scheeftrekken, aldus de VDAB. Tien jaar geleden, in 2000, waren er nog 112,5 ‘jongeren' (tussen 15 en 24 jaar) voor elke 100 ‘ouderen' (tussen 55 en 64 jaar). Vandaag is die verhouding al gedaald tot 94,1 ‘jongeren' per 100 ‘ouderen' en tegen 2020 zullen er dat nog amper 77,9 zijn (zie grafiek).

In absolute cijfers klinkt het nog erger. In het komende decennium neemt het aantal 55-plussers op de arbeidsmarkt met 140.000 toe, terwijl het aantal jongeren met bijna 18.000 afneemt. Pas na 2020 begint de situatie opnieuw wat te verbeteren, maar het aantal 55-plussers zal groter blijven dan het aantal 15- tot 24-jarigen.

De vergrijzingsgolf zal een ingrijpende weerslag hebben op de werking van de Vlaamse arbeidsmarkt, menen de VDAB-experts. Er zal met name een grote nood zijn aan de vervanging van werknemers die met pensioen gaan.

Die nood zal niet in alle sectoren even groot zijn. De aanwezigheid van ‘grijze' werknemers is immers ongelijk verdeeld over de verschillende bedrijfssectoren.

Gemiddeld is bijna één op de vijf (23,4%) van alle Vlaamse werknemers ouder dan 50 jaar. Maar in de overheidsdiensten zijn er dat heel wat meer. Bij bpost bijvoorbeeld zijn bijna vier werknemers op de tien (38,2%) 50 jaar of ouder (zie grafiek). De top-5 van meest grijze sectoren wordt vervolledigd door de ‘gewone' overheidsadministraties, de telecom- en transportsector en de landbouw.

Eén op de vier van alle werkende 50-plussers is actief in de zgn. quartaire sector: bij de overheidsdiensten, het onderwijs, de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. Het hoge percentage 50-plussers in de landbouw heeft alles te maken met het grote aandeel zelfstandige beroepen in die sector. Zelfstandigen blijven langer beroepsactief dan loontrekkenden.