Mag de krant de wet breken?
Foto: © Jimmy Kets
Dus 'De Standaard' koopt zelf wat drugs om aan te tonen hoe makkelijk zoiets gaat via het internet? Kan dat zomaar? In dit geval wel, oordeelt TOM NAEGELS.

Oké: dus ik download dat programmaatje Tor, ik klik wat in het rond, en dan ligt er straks een pak cocaïne in mijn bus? Om hier met enige mutatis en mutandis Marc Reynebeau te citeren: danku, De Standaard!

Om maar te zeggen dat sommige lezers hun vragen hadden bij de grote reportage uit de weekendkrant: 'Drugs met één muisklik. De Standaard koopt cocaïne op het web', waarin werd verteld over het Darknet, een geheim gangenstelsel van het internet waar men anoniem wapens, drugs, kinderporno en ander fraais kan vinden. Vraag één was: 'Moest dat nu zo gedetailleerd beschreven worden? Je geeft mensen een kant-en-klare handleiding.' Vraag twee: 'Jullie hebben de wet gebroken. Mag dat dan zomaar?'

Het antwoord op die laatste vraag is natuurlijk 'nee'. Journalisten hebben zich aan precies dezelfde wetten te houden als andere burgers. Ik struikelde dan ook (lichtjes) over het citaat van Luc Beirens, hoofd van de Federal Computer Crime Unit: 'Wij mogen van de wet geen koop of verkoop uitlokken, zoals jullie gedaan hebben.' Journalisten mogen dat immers ook niet.

'Er is lang over gediscussieerd', zegt hoofdredacteur Karel Verhoeven. 'We hebben het gedaan omdat we op geen enkele andere manier konden aantonen dat je echt zo eenvoudig aan drugs kan komen. Je kunt wel schrijven: 'Er bestaat iets als het Darknet en daar worden wapens en drugs aangeboden.' Maar we twijfelden zelf: is dit geen oplichterij? Bestellen was een noodzakelijke stap om zeker te zijn.'

'We hebben het gerecht trouwens vooraf op de hoogte gebracht', zegt Toon van den Meijdenberg, financieel manager en verantwoordelijk voor juridische kwesties.

'Maar daarmee krijg je geen absolutie', aldus Mark Eeckhaut, gerechtsjournalist en een van de auteurs van het stuk. 'Men zegt niet: 'O, maar je verwittigt ons op voorhand? Dan is het goed.' Er is een pv opgesteld toen we de drugs gingen aangeven, en in principe kunnen we vervolgd worden.'

Verhoeven: 'Dat is de reden waarom we maar een halve gram cocaïne hebben gekocht. We hadden ook een oorlogswapen kunnen bestellen. Maar los van de praktische bezwaren - de hoge kostprijs, de lange leveringstermijn - wilden we niet verder dan nodig buiten de contouren van de rechtsstaat gaan. We wilden dat de discussie zou gaan over dat Darknet, en niet over wat wij gekocht hadden.'

'Die andere vraag hebben we ons zelf ook gesteld', zegt Van den Meijdenberg. 'Of we lezers geen handleiding gaven om iets illegaals te doen.'

'Niet echt', meent Dominique Deckmyn, mediajournalist en mede-auteur. 'Eigenlijk schrijven we niet meer dan “zoek het op Google, en dan vind je het wel,.'

'En het bestaat nu eenmaal', zegt Eeckhaut. 'Het gaat niet weg door erover te zwijgen. De bedoeling is net om een probleem bespreekbaar te maken.'

'Bovendien', besluit Verhoeven, 'hebben we twee cruciale stappen bewust niet vermeld. Mensen die onze 'handleiding' volgen, zullen dus niets vinden.'

Er is een derde mogelijk bezwaar bij de reportage. In hun communicatie met de drugs- en de wapendealer, hebben de journalisten zich niet als dusdanig bekendgemaakt. Ze schrijven zelf dat ze een anonieme postbus huurden om de drugs naartoe te laten sturen, want: 'We kunnen het pakje onmogelijk op de redactie laten aankomen. Een internetdealer met een beetje zelfrespect zal dat googelen en beseffen dat een krant niet zomaar coke bestelt.'

Dat mag wel, maar alleen bij wijze van uitzondering. De deontologische regel is: 'Bij het vergaren van informatie maakt de journalist zichzelf en het doel van zijn optreden bekend. (...) Incognitojournalistiek, waarbij de journalist zijn hoedanigheid verzwijgt (...) (is) slechts verantwoord indien de informatie niet op een andere manier kan verkregen worden en wanneer er voldoende maatschappelijk belang is.'

Het is niet aan mij om te oordelen over het juridische aspect, maar beide voorwaarden lijken me extra te gelden als bovendien de wet wordt overtreden.

Eén. Het concept 'maatschappelijk belang' is in de journalistiek rekbaarder dan de badmuts van Jabba de Hutt, maar laat het ons conservatief definiëren als 'van belang voor het goed functioneren van de democratische instellingen'. Is dat hier het geval? Het opsporen en berechten van criminelen is een kerntaak van de overheid. Als er een verborgen internet bestaat waar die criminelen niet-opspoorbaar hun gang kunnen gaan, dan is dat van belang. Dus: welja.

Twee. Kon de informatie niet op een andere manier verkregen worden? Dat is al moeilijker. Strikt genomen kan een speurder van de Federal Computer Crime Unit het ons in een interview ook vertellen. Zo heeft Telefacts het op 17 februari gedaan, in een reportage over die Vlaamse pedofiel die door de Nederlandse tv-zender SBS 6 was geklist. Ook daar werd uitgelegd wat Tor was en getoond hoe makkelijk je er illegale content mee vindt.

Telefacts was daar niet alleen in. In de meeste artikels en reportages over de pedofiel is toen uitgelegd wat Tor doet. Was dit dan nog wel 'nieuws'? Als het al bekend was, is het dan nog zinvol om er undercover voor te gaan en de wet te breken?

Wel - ik denk van wel. De eerdere artikels waren korter, minder diepgaand, en vooral: minder opvallend. Het nieuws was: die pedofiel. De rest was achtergrond. De Standaard heeft de focus verlegd. Ze heeft een bijverhaal tot hoofdverhaal gemaakt. Aangezien er daarvoor geen 'eigenlijk nieuwsfeit' voorhanden was, was de truc met het kopen van cocaïne wellicht nodig.

Het is meer een verhaaltechnische dan een inhoudelijke ingreep, maar wel één met inhoudelijk belang. Helemaal zuiver is het niet. Maar voor mij kan het.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)