Fraudeurs hebben zo hun eigen manieren op de mazen in het net te vinden. Nick Leeson moffelde de verliezen bij Barings weg in een duistere rekening met de cijfers 88888, John Rusnak verzon transacties.

Amper enkele uren nadat bekend was geworden dat een Parijse futures-handelaar bij Société Générale een gigantische put had geslagen van 4,9 miljard euro, regende het commentaren over de ontoereikende financiële controles binnen de bankwereld. Want inderdaad, hoe is het mogelijk dat een werknemer zoveel geld ongemerkt in rook kan doen opgaan? En wat zijn de drijfveren van zo'n rogue trader?

Het meest voor de hand liggende motief is vanzelfsprekend persoonlijke verrijking. Toch is het gevaarlijk om nu al die conclusie te trekken. Het onderzoek is pas gestart en het zou niet de eerste keer zijn dat achteraf bleek dat de trader in kwestie eigenlijk niets gestolen had.

Een ander klassiek patroon is dat van de ambitieuze trader die carrière wil maken. Vaak begint de fraude in dat geval kleinschalig en wordt ze -als het goed gaat- nooit opgemerkt. Maar als het misgaat, dreigt als snel een sneeuwbaleffect. Want handelaren zien ertegen op om verliezen op te biechten en verkiezen ze daarom soms in te dekken met een fictieve transactie. Maar hoe langer de markt tegenzit, hoe moeilijker het wordt de fraude op te biechten en hoe groter de financiële put die wordt geslagen.

Dat effect speelde destijds zeker bij Barings, waar Nick Leeson steeds grotere risico's nam op Japanse aandelen en de verliezen wegmoffelde in een rekening met de cijfers '88888'. Maar ook andere bekende rogue traders trapten in die val. De Amerikaan John Rusnak, bijvoorbeeld, begon pas carrière te maken nadat hij systematisch valse contracten had verzonnen die de illusie wekten dat zijn open posities volledig waren ingedekt. Het kostte Rusnak dan ook bijzonder veel moeite om bij zijn arrestatie de FBI ervan te overtuigen dat hij het geld niet in zijn tuin had begraven, maar verloren had in de niet-gereglementeerde interbankenwisselmarkt.

De belangrijkste vraag is echter waarom rogue traders zoals Nick Leeson en John Rusnak niet sneller werden gevat. Een mogelijk antwoord daarop is dat dat veelal wel gebeurt, maar dat dat nooit de pers haalt. Maar waarschijnlijker is dat de interne controle bij de betrokken bank te laks is of dat de bank er zich gewoon niet van bewust is welke risico's er worden gelopen.

Die laatste redenering gaat vooral op voor fraude met derivaten, die vaak zelfs voor de top van de bank te ingewikkeld zijn om te begrijpen. Dat was duidelijk het geval bij de fraude in 1997 bij NatWest, waar een zekere Kyriaco Papouis de verlieslatende transacties niet wegmoffelde, maar ze onder de ogen van het management gewoon verkeerd prijsde.

Het ultieme controlemiddel van de bank is dan ook niet de boekhouding, maar de gebruikte hoeveelheid cash. Het is namelijk relatief eenvoudig om -zoals Jérôme Kerviel bij SocGen wellicht deed- een verlieslatende transactie te camoufleren op papier, maar het is veel moeilijker om met het geld over de brug te komen om de tegenpartij te betalen.

Met andere woorden: het is de afdeling cashbeheer die elke ongewone gelduitstroom grondig moet onderzoeken. Elke vorm van laksheid moet keihard worden afgestraft. Leeson, bijvoorbeeld, genereerde lange tijd geld via de verkoop van optiecontracten, maar gaf zich uiteindelijk toch bloot toen hij steeds grotere sommen cash nodig had.

Ook Rusnak, die in tegenstelling tot Leeson een stabiel tradingvolume liet optekenen, liep zo tegen de lamp. De grote vraag voor SocGen is daarom: hoe kan het dat een Parijse futures-handelaar 4,9 miljard euro uit de bank zuigt zonder dat er opvallende hoeveelheden cash uitstroomden?