Vlaamse nazi's

'Ik ben een geduchte vrouwenhater, een vreselijke racist en een abominabele antisemiet', schreeuwde een geïrriteerde Georges Remi uit in 1977. De boosheid van Hergé was wellicht ingegeven door het besef dat er voor elk van deze aantijgingen iets te zeggen was. Vrouwen en Afrikanen speelden geen heldenrol in de Kuifje-albums. Antisemitisme was een subtekst in sommige verhalen. In de oorspronkelijke versie van De Geheimzinnige Ster was het zelfs een thema. Kuifje neemt er deel aan een expeditie om een stuk gevallen meteoor terug te vinden met wetenschappers die toevallig allemaal uit Duitsland of Duitsgezinde landen komen. De Amerikaanse tegenexpeditie, geleid door de karikaturaal getekende joodse bankier Blumenstein, is alleen uit op geldgewin en schuwt daarbij geen geweld of bedrog (in latere edities werd Amerika een fictief land en veranderde Blumenstein in Bohlwinkel). Deze strip verscheen voor het eerst tijdens de Tweede Oorlog in de collaborerende krant Le Soir. Hergé was daar aan slag gegaan als redactioneel medewerker. Dat was een logische keuze nadat hij eerder als jonge reporter had gewerkt voor Le Vingtième Siècle, een rechtse katholieke krant onder leiding van pater Norbert Wallez, die openlijk sympathie betuigde voor het fascisme. Hergé zei later dat hij alles aan Wallez te danken had. Overigens leerde Hergé op de redactie ook ene Léon Degrelle kennen - die levenslang onterecht zou beweren dat hij model stond voor Kuifje - wiens politieke opmars Hergé een tijdlang van illustraties voorzag. Voor Le Soir was Hergé een godsgeschenk, de verhalen van Kuifje waren immers de voornaamste reden om de collaborerende krant te kopen.

Over heel deze geschiedenis, die toch geen detail was in het leven en werk van Hergé, zal u echter helemaal niets te weten komen in het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve. Enkel in een documentaire ...

Niet te missen