Ann De Braekeleer, substituut bij het parket, presenteerde gisteren een helder beeld van de praktijken bij L&H. Ze hekelde het netwerk van nevenbedrijven dat vanuit L&H was opgezet. 'Kunstmatig omzet boeken was de enige drijfveer.' L&H werd in 1987 opgericht en noteerde vanaf december 1995 op de technologiebeurs Nasdaq. 'Dat betekende dat het omzetgroei moest boeken om zijn beurskoers hoog te houden en een agressief overnamebeleid te kunnen voeren', zei De Braekeleer. L&H startte al in 1996 met de oprichting van vennootschappen waarmee het contracten afsloot. Vanaf het derde kwartaal van 1998 gebeurt dat op een frauduleuze manier, heet het. Vanaf dan en tot eind 1999 werden 32 nevenbedrijven gelanceerd met wie L&H licentiecontracten afsloot. Die zorgden in 1998 voor 14% van de omzet, in 1999 voor 40%. Elk kwartaal werden er nieuwe gelanceerd om L&H in staat te stellen zijn financiële doelstellingen te halen. De nevenbedrijfjes (LDC's) betaalden in die twee jaar 110 miljoen dollar aan licenties aan L&H terwijl het volgens het OM lege dozen waren.

De stichters sprongen financieel bij, via borgstellingen en zelfs een persoonlijke lening. In andere gevallen kwam het geld onder meer van Mercator en FLV Fund die geen ambitie hadden om lang in de bedrijven te participeren. Ontwikkelingen gebeurden nauwelijks bij de LDC's. Enig doel was valse omzetcreatie voor L&H tot de technologie van het bedrijf rijp zou zijn.

Verwacht wordt dat het OM komende week de straffen die het vordert bekendmaakt. (pdd)