Over huisvaders en tandartsen
Foto: © Bart Dewaele
Bent u ook een goede huisvader? Of eerder een Belgische tandarts? Nu is het best mogelijk dat in het werkelijke leven Belgische tandartsen goede huisvaders zijn. In de financiële literatuur worden ze echter afgeschilderd als het prototype van de gegoede, maar ietwat speculatieve belegger, die vooral hoogrentende euro-obligaties koopt. Mensen, die vroeger obligaties in Australische dollar grossierden of meer recent in IJslandse kronen. Waarom Belgische tandartsen de twijfelachtige eer hebben om precies deze categorie van beleggers te symboliseren, blijft een raadsel. De goede huisvader daarentegen kiest enkel voor veilige, degelijke beleggingen met een stabiel, maar eerder bescheiden rendement. Sinds het losbarsten van de kredietcrisis zijn de scheidingslijnen tussen deze beleggercategorieën volledig vervaagd, en de Belgische regering doet hierbij haar duit in het zakje.

Laten we beginnen met de Kaupthing-affaire. De bankencrisis is rond de zomer van 2007 losgebarsten. Er kwamen meldingen van banken in moeilijkheden. De kranten toonden foto's van angstige Northern Rock-klanten, die in de rij stonden om hun geld af te halen. Dat belette duizenden Belgen niet om bij een onbekende IJslandse bank met een Luxemburgse licentie massaal in te gaan op een aanbod om een rente op te strijken die minstens 2% hoger lag dan wat je elders kon krijgen. Dat maakt de tandarts in de goede huisvader los. Als iets te goed is om waar te zijn, is het echter meestal niet waar. Toegegeven, de Belgische spaarders waren zich waarschijnlijk niet bewust van alle kleine lettertjes, maar dat is niet de schuld van de Belgische regering. Kaupthing is nu eenmaal geen Belgische bank en enkel de Luxemburgse depositogarantie is in dit geval geldig. Het enige wat premier Leterme kan doen is aandringen bij de Luxemburgse overheid om met meer geld over de brug te komen. Hopelijk neemt een meer solide financiële instelling de hele boel over, waardoor de nachtmerrie voor de Kaupthing-spaarder eindigt.

Maar er zijn andere goede huisvaders die thuis momenteel meer spek dan rosbief krijgen opgediend, namelijk de trouwe Fortis-aandeelhouders. Voor deze ongelukkigen wil de regering een inspanning doen. Hier begeeft de Belgische regering zich echter op zeer glad ijs. Men realiseert zich blijkbaar nà de feiten dat het volledig uithollen van de Fortis-holding zonder enige raadpleging van de aandeelhouders, zich op het randje van het legale situeert. Om de pil te vergulden, heeft de regering dus een geste gedaan. Het probleem is dat, door voorwaarden aan deze tegemoetkoming te verbinden, men zich alleen meer narigheid op de hals haalt. Beleggers die na 1 juli gekocht hebben, komen niet in aanmerking. Want dat zijn speculanten! Je mag ook geen al te grote aandeelhouder zijn, want dan ben je een kapitalist en dat is altijd een beetje verdacht.

De verguisde Maurice Lippens kocht eind augustus nog 80.000 aandelen aan net geen 9 euro het stuk. Als signaal om de Fortis-aandeelhouders een hart onder riem te steken, kon dat tellen, maar bij de regering hoeft hij nu dus niet aan te kloppen om verlies te recupereren. Maar kan men zomaar discrimineren tussen aandeelhouders? Stel dat de aandeelhouders hadden moeten geraadpleegd worden vooraleer men tot de overhaaste verkoop van Fortis-onderdelen overging. Dan betreft dat alle aandeelhouders, met inbegrip van de recente en de grote aandeelhouders.

Als daarentegen de Belgische regering in deze kwestie juridisch recht in haar schoenen staat, dan hoeft ze helemaal niets te geven aan gelijk welke Fortis-aandeelhouder. Dat is dan jammer voor de goede huisvader, maar aan elke aandelenbelegging zijn nu eenmaal risico's verbonden. Beleggers die het Fortis-aandeel nog aan vijf euro konden dumpen, mogen dus lachen. Maar rekening houdend met de aankoopkoers zal dat voor velen wel als een boer met kiespijn zijn. De Belgische tandarts heeft dus zeker toekomst.

Peter Vanden Houte is hoofdeconoom van ING België

www.standaard.biz/homoeconomicus