In 1990 telde Vlaanderen twee biotechbedrijven. Vandaag zijn het er meer dan negentig.

van onze redacteur



Biotech wordt nog te veel afgeschilderd als een eeuwige belofte, vindt de voorzitter van FlandersBio, Johan Cardoen. FlandersBio is de spreekbuis van de Vlaamse biotechindustrie.

De werkgelegenheid en de grote groep van bedrijven toont volgens Cardoen aan dat de biotechsector de kinderschoenen ontgroeid is. Vlaanderen behoort volgens de voorzitter van FlandersBio tot de top vijf van de Europese biotechregio. 'Maar we profileren ons te weinig met die verwezenlijking', zegt hij.

Hij vindt de wijdverspreide mening dat de Vlaamse biotechbedrijven vandaag weinig of geen producten commercialiseren ook niet terecht. Hij wijst erop dat Bayer Crop Science al verscheidene producten verkoopt die destijds ontwikkeld werden door Plant Genetic Systems. 'Maar dat is minder bekend omdat de producten in Europa niet op de markt kunnen worden gebracht wegens de controverse rond genetisch gewijzigde gewassen.'

De Vlaamse biotechindustrie heeft sinds de jaren negentig een zeer sterke groei beleefd. Het klimaat voor de uitbouw van een biotechsector was dan ook bijzonder gunstig. In de Vlaamse universiteiten werd gepionierd op het vlak van biotechnologie. Tegelijk was er geld beschikbaar door de oprichting van het Biotechfonds Vlaanderen en de inbreng van de investeringsmaatschappij Gimv die biotechnologie als een van haar speerpuntsectoren zag. Bovendien legde het Vlaams Instituut voor Biotechnologie de brug tussen de onderzoeks- en de bedrijfs- en financiële wereld. Een van de verwezenlijkingen was de uitbouw van bio-incubatoren waar starters hun eerste stappen als ondernemers konden doen. Verder gaven de subsidiemogelijkheden via het IWT de onderzoeksintensieve sector een steun in de rug. De Vlaamse biotechpioniers (Plant Genetic Systems en Innogenetics) zijn tevens kweekvijvers geweest voor andere ondernemers die actief zijn in de huidige generatie biotechbedrijven.

Het symbool van de sterke groei sinds begin de jaren negentig van vorige eeuw is de rist biotechbedrijven die de jongste jaren de stap deden naar de beurs. Het zijn stuk voor stuk bedrijven die zo'n acht tot tien jaar geleden het levenslicht zagen.

Het komt er nu volgens Johan Cardoen op aan om de volgende jaren de biotechsector verder te laten groeien. Dat lijkt op het eerste zicht vrij gemakkelijk te realiseren. Maar schijn bedriegt, waarschuwt hij.

Zo stelt hij vast dat er, ondanks het succes van de sector,de jongste twee jaar weinig start-up projecten zijn. Dat verontrust Cardoen omdat er volgens hem nood is aan een volgende generatie biotechstarters.

De voorzitter van de Vlaamse biotechindustrie ziet drie oorzaken voor het uitblijven van nieuwe biotechbedrijven. Er dienen zich weinig goede dossiers aan. Het geeft aan dat Vlaanderen meer moet investeren in onderzoek en ontwikkeling op het vlak van biotechnologie, die een zeer innovatie-gedreven sector is. De overheid draagt daarbij een grote verantwoordelijkheid, vindt Cardoen. België gaf in 2005 in totaal 1,85procent van zijn bruto binnenlands product uit aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling. 'Een stuk onder de Lissabon-norm van 3procent. Dat is een Europese afspraak. Maar we scoren ook lager vergeleken met de buurlanden.' Duitsland, Frankrijk en Nederland halen 2,8procent terwijl de Scandinavische landen meer dan 3procent van hun bbp in O&O investeren.

Maar er is nog een tweede probleem. Geld vinden wordt almaar moeilijker doordat durfkapitaalverschaffers de voorbije jaren de lat hoger hebben gelegd. 'Biotechbedrijven moeten nu al kunnen uitpakken met een kandidaat-geneesmiddel dat klaar is om uitgetest te worden op mensen (faseI).' Dat is al een hele stap voor een biotechnologiebedrijf. Het kost heel wat geld en tijd vooraleer het zover is.

Cardoen heeft het over een funding gap. Voor starters is er voldoende zaaigeld beschikbaar dankzij fondsen die gepatroneerd worden door de universiteit of dankzij financiering door business angels. Wie kan uitpakken met beloftevolle producten kan dan weer aankloppen bij de beurs of bij grote investeerders.

Maar bedrijven die de startfase ontgroeid zijn en nog geen echte mijlpaal hebben neergezet, hebben het veel moeilijker om geld te vinden. Meestal zoeken ze tussen de 500.000 en 3miljoen euro. En daar wringt het schoentje.

www.flandersbio.be