De man die de wekker deed aflopen
Volgens Tom Peters zie je aan een kind van elf al of hij een goede manager kan zijn. /Hollandse Hoogte
Foto: © _nbsp;
Tom Peters inspireerde de afgelopen kwarteeuw duizenden managers, maar zelf noemt hij zijn theorieën 'van beperkte waarde'. Volgende maand haalt Flanders DC hem naar België.

management

Van onze redacteur



De titel van uw voordracht is 'Tom Peters is boos'. Waarom bent u boos?

'Boos zijn is een beetje mijn standaardhouding. Ik ben boos omdat er nog zo enorm veel te veranderen valt in de manier waarop bedrijven geleid worden, en omdat het bedrijfsleven niet inziet hoe dringend dat moet gebeuren. Hier of daar enkele wijzigingen aanbrengen, is niet genoeg. Maar ja, bedrijven zijn nu eenmaal van nature traag. Vooral grote bedrijven. Als je kijkt hoe de Duitse economie zich herstelt, dan zijn het niet Siemens of Daimler die daarachter zitten, maar de kleine en middelgrote ondernemingen.'

Verandert er zo weinig omdat er niet geluisterd wordt naar managementadviseurs als u?

'Grote bedrijven zijn enorm bureaucratisch. En dat betekent dat ze vooral op zichzelf gefocust zijn en niet op wat er in de wereld gebeurt. Dat kan ook niet als je de hele dag aan het vergaderen bent. De enige ontwikkeling die grote bedrijven dynamisch houdt, is de opkomst van kleinere, meer beweeglijke concurrenten. Die dwingen de grote te veranderen. Een bedrijf als Google is scaring the hell out of them.'

Maar Google dreigt zelf ook een bureaucratische moloch te worden.

'Klopt. Net zoals AmGen, dat ooit begonnen is als een dynamisch biotechbedrijf, maar nu steeds meer begint te lijken op de bureaucratische farmareuzen. Er duikt echter altijd weer een nieuwe generatie van ondernemers op die voor nieuwe, jonge bedrijven zorgt. Terwijl er in de jaren negentig bij IBM honderdduizend jobs verloren gingen, werden er bij Sun en Microsoft tweehonderdduizend gecreëerd. En dat zijn intussen ook bureaucratische bedrijven geworden. Hoe je dat als ceo kunt voorkomen, weet ik niet. Ik weet wel wat ik zou doen als ik minister van Financiën was: een omgeving creëren waarin ondernemerschap gestimuleerd wordt.'

Moet je als bedrijfsleider van een grote onderneming niet de cultuur van een klein bedrijf koesteren door het in afzonderlijke divisies op te delen?

'Dat kan je proberen. Ik ben blij dat ABN Amro opgedeeld wordt, want drie kleine banken zijn efficiënter dan één grote. Bij General Electric gebeurt dat nu al, dat bedrijf heeft altijd heel gedecentraliseerd gewerkt. De cultuur bij Microsoft wordt daarentegen bepaald door een sterke leider, waardoor het een gecentraliseerde structuur en cultuur krijgt.'

Moeten sommige bedrijven, zoals banken, niet groot zijn om van schaalvoordelen te kunnen profiteren?

'Niet noodzakelijk. Die schaalvoordelen worden al vrij snel bereikt. De enorme concentratie die je nu ziet, is nergens voor nodig. Kijk maar naar de aandelenkoersen. Die blijven achter bij die van kleinere bedrijven. Daarom doen private equity-fondsen het zo goed. Dat zijn kleine eenheden die heel veel waarde creëren. Ze hebben nu wel problemen, maar ze hebben de manier waarop naar het bedrijfsleven wordt gekeken, drastisch veranderd. De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn. En zo gaat het altijd met iets nieuws: de weg ligt bezaaid met lijken, maar enkele overlevenden zullen slagen.'

Dit jaar is het vijfentwintig jaar geleden dat uw boek 'In Search of Excellence' verscheen. Heeft het boek volgens u enig effect gehad?

'Het boek verscheen op een moment dat de Amerikaanse economie een paar decennia lang niet was bedreigd, en plotseling werd geconfronteerd met uitdagingen uit Japan en Duitsland. Daar moest een antwoord op worden gevonden. Dat is de reden waarom er zoveel exemplaren van verkocht zijn.'

'In het begin van de jaren '80 stonden de businessboeken helemaal achteraan in de boekhandel, aan het einde van dat decennium stonden ze vooraan. Bij dat effect hebben ik en mijn mede-auteur Bob Waterman wel een rol gespeeld, en dat was een leuke erkenning voor wat we deden, maar verder denk ik niet dat we de wereld in grote mate veranderd hebben. Het was een soort wekker die afliep, en achteraf krijgt altijd iemand daarvoor het krediet, ook al verdient hij het niet.'

Eerder dit jaar schreef Phil Rosenzweig een boek waarin hij opperde dat veel managementboeken eigenlijk op foute principes gestoeld zijn. Ze kijken naar de manier waarop succesvolle bedrijven werken, maar vergeten dat er onsuccesvolle bedrijven zijn die op dezelfde manier werken.

'Helemaal mee eens. Wie een managementboek uit het hoofd leert en denkt al die kennis te kunnen toepassen, is een idioot. Ik heb zelf onlangs een boek gelezen over klantentrouw. Ik ga niet klakkeloos alles toepassen wat er in dat boek staat, maar ik denk wel eens na over de klantentrouw in de Tom Peters Company. Zo'n boek kan soms een goed idee opleveren, maar je moet het niet beschouwen als een bijbel. Dat Rosenzweig zulke boeken schrijft, suggereert dat er grote groepen mensen zijn die mijn boeken zeer serieus nemen. Dat is goed voor mijn ego, maar ik beschouw mezelf niet als iemand die de waarheid in pacht heeft. Ik moet het hebben van mijn enthousiasme, maar mijn theorieën zijn van beperkte waarde.'

Wat vindt u van de manier waarop managers worden opgeleid?

'Als we aan business schools denken, denken we aan Harvard en Stanford. Maar we vergeten dat de meeste business schools lousy zijn. Het idee dat een MBA een toegangsticket naar een succesvolle loopbaan zou zijn, is belachelijk. Iedereen vergeet dat een opleiding aan een van de twintig beste business schools maar voor een kleine minderheid van de managers weggelegd is. Als je in de VS zegt dat je een MBA hebt, halen mensen hun schouders op. Bij een MBA leer je hoe je moet boekhouden, maar niet hoe je met klanten moet omgaan. En evenmin hoe je leiderschap toont. De militaire academies zijn daar goed in, de business schools niet.'

Moeten de business schools veranderen of moeten managers er niet langer naar streven een MBA te halen?

'Allebei. Een goede bedrijfsleider is iemand die al op elfjarige leeftijd op het schoolplein laat zien een leider te zijn. Dat is belangrijker dan altijd goede cijfers halen.'

Ziet u wat dat betreft het een en ander veranderen in de VS?

'Ja. Veel bedrijven doen nu zelf heel veel aan opleiding en vorming. Ik denk dat er nu wel driemaal zoveel leadership trainings worden georganiseerd als een paar jaar geleden. Zo'n training is niet makkelijk, maar wel nodig.'

U bent 64. Hoe lang denkt u nog bezig te blijven met management?

'Ik zal het misschien wat rustiger aan doen, maar ik ben niet van plan om met pensioen te gaan. Daarvoor ben ik nog altijd veel te nieuwsgierig. Ik denk niet dat ik op mijn 85ste nog boeken zal schrijven, zoals Peter Drucker, maar ik geniet wel nog van de voordrachten die ik geef.'

U komt nu naar België. Wat weet u over ons land?

'Ik weet wel het een en ander over Europa. Ik ben niet een van die Amerikanen die denken dat Europa over zijn hoogtepunt heen is. Jullie systeem van sociale zekerheid is bijvoorbeeld beter dan bij ons.'

'Ik kan met gemak twintig redenen opsommen waarom de VS een godawful mess zijn, maar onze bedrijven horen daar zeker niet bij. Wij creëren meer entrepreneurs dan Europa. Misschien doordat we een immigratieland zijn, en iedereen die naar hier gekomen is het lef gehad moet hebben om er zelf iets van te maken.'

De Standaard geeft 50 exemplaren weg van 'Re-imagine', het nieuwste boek van Tom Peters (zie blz. E4). Deelnemen kan op www.standaard.be/tompeters