De hypercompetitieve automarkt maakt kosteneffectief produceren levensnoodzakelijk.

Niet alleen heeft de consument almaar meer keuze uit almaar meer fabrikanten en (niche)modellen. Ook de autofabrieken zelf worden door de constructeurs tegen elkaar uitgespeeld. De concurrenten van Ford Genk zijn daarom niet alleen Opel, Volkswagen en Renault, maar ook Ford Valencia en Ford Saarlouis. Bij Opel Antwerpen, dat de productie van de Astra zag vertrekken naar Opel Bochum en Volkswagen Vorst, waar de Golf verdween ten voordele van VW Wolfsburg, weet men dat maar al te goed.

Bovendien hangt ook de steeds korter wordende productcyclus als een zwaard boven het hoofd van de fabrieken. Voor elk nieuw model moet opnieuw gevochten worden. Veel verder dan zeven of acht jaar is de toekomst dus nooit verzekerd, ook al is men de beste fabriek van de groep, zoals Ford Genk en Opel Antwerpen dat zijn.

Door de vertraagde verkoop in West-Europa en de opbloeiende automarkt in Oost-Europa en de Bric-landen (Brazilië, India en China) wordt het voor fabrikanten ook steeds interessanter om daar het zwaartepunt van hun investeringen te leggen. Net dat verklaart waarom het fabrieksopeningen regent in Rusland en China, terwijl er hier al een enorme overproductie is. De arbeidskosten zijn er lager, de markt groeit als kool en de kwaliteit komt steeds dichter bij de West-Europese normen. Gelukkig voor 'onze' fabrieken is het nog altijd economisch zinvol om een auto zo dicht mogelijk bij zijn verkoopsmarkt te produceren. Niet alleen worden zo dure transportkosten vermeden, ook de invoerrechten zijn dan geen zorg meer.

Een van de manieren waarop de autofabrikanten de kosten proberen te beheersen en competitief voordeel proberen te behalen, is het zoveel mogelijk 'outsourcen' van de productie. Zowat elk onderdeel van een auto kan bij een andere fabrikant besteld worden en dat tegen een lagere prijs dan wat het zou kosten om het zelf te maken.

In Genk heeft men nu de keerzijde van die medaille ontdekt. Wanneer de arbeiders bij de toeleveranciers een loonsverhoging krijgen, brengt dat een cascade aan sociale onrust op gang. Ook bij de autofabriek zelf. In een paar dagen tijd heeft dat Ford Genk twintig miljoen dollar gekost. (fpe)