'Als er één lege doos is in het dossier, is het de beschuldiging tegen Lammar', zei de verdediging.

justitie

Kristiaen Vandenbussche vroeg gisteren de volledige vrijspraak voor zijn cliënt Christophe Lammar. Volgens hem is er geen enkel bewijs van schuld tegen zijn cliënt in het dossier. 'Als er één lege doos is in dit proces, is het de tenlastelegging tegen mijn cliënt Lammar. Ik heb de stelligste indruk dat zelfs raadsheer-onderzoeksrechter Heimans verbaasd was over de vervolging van Lammar.'

Lammar moest zich onder meer verdedigen in verband met een consultancy-overeenkomst voor WHO, in handen van Arabische investeerders. Die overeenkomst zou een compensatie zijn voor warrants die de Arabieren moesten betalen, terwijl Pol Hauspie beloofd had dat ze gratis geleverd zouden worden.

Via tussenpersonen Francis Van Deun en Stephan Bodenkamp raakte de top van L&H in 1998 in contact met de Arabieren. De Arabische investeerders werd onder meer gevraagd om de Turkish LDC, voordien opgericht door Tony Snauwaert, over te nemen. Pol Hauspie haalde de aarzelende Arabieren over door hen gratis warrants van L&H te beloven. Later moest hij op dat gratis terugkomen.

De L&H-top probeerde volgens Vandenbussche toch om te zorgen voor compensatie voor de investeerders. Zo werkte Nico Willaert aan een plan om fictieve technologie van de Arabieren te kopen en hen zo te vergoeden voor het betalen van de warrants.

Christophe Lammar speelde vaak tussenpersoon tussen de advocaat van WH Operations en Nico Willaert. Een van de scenario's was ooit het onderwerp van een mail tussen Willaert en Lammar, die daar als ondergeschikte kennis van nam. Lammar vroeg aan cfo Carl Dammekens of dat wel kon.

Dat het openbaar ministerie opnieuw een cruciaal zinnetje wegliet, waarin Lammar vroeg om verdere instructies te geven, nam de advocaat op de korrel. Dat ene zinnetje bewijst dat de bedrijfsjurist niet actief betrokken was bij die gesprekken. 'De financiële dienst antwoordde op die mail dat zo'n compensatiescenario niet kon, waardoor er uiteindelijk geen geld terugvloeide naar de investeerders', aldus Vandenbussche.

Er kwam uiteindelijk enkel een consultancy-overeenkomst voor de dienstverlening door de Arabieren. Er zat dus wel degelijk een economische realiteit achter het contract. De misdaadanalist van de speurderscel stelde uitdrukkelijk dat de totstandkoming van de consultancy-overeenkomst het werk was van Nico Willaert en de advocaat van WH Operations. Over Christophe Lammar wordt niet gesproken. (pdd)

www.standaard.biz/l&h