Uw krant rouwt mee
Foto: © Jimmy Kets
Vijftien pagina's besteedde uw krant aan het drama in Sierre. Ook andere media trokken alle registers open. En dat terwijl er, strikt inhoudelijk, niet zo veel te melden viel, zegt TOM NAEGELS.

Het is niet goed in schatten, zegt ze. Maar het waren er meer dan honderd. 'Misschien honderd vijftig, als je fotografen, geluids- en cameramensen meetelt.' Eline Bergmans, net terug van Zwitserland, waar ze voor De Standaard verslag uitbracht van de busramp, kan zich geen enkel nieuwsfeit herinneren dat zoveel journalisten naar dezelfde plek bracht. 'Het was overweldigend. We werden uitgenodigd voor een persconferentie in de tunnel, en de autosnelweg was geblokkeerd. Ook Saint-Luc is een klein stadje. Ik denk dat iedere inwoner daar tien keer geïnterviewd is.'

Het is een weerkerend probleem bij grote rampen: de gecumuleerde impact van al die journalisten die hetzelfde zoeken. Zelfs als iedereen respectvol blijft, dan nog maken meer dan honderd mensen die sereen staan te doen, veel lawaai. 'Ik heb zelf zes ouders gecontacteerd', zegt Bergmans. 'De meesten zeiden onmiddellijk “nee,. Die heb ik niet opnieuw gebeld. De moeder die me een interview toestond, zei trouwens dat ze met mij wel wilde praten, omdat ik discreet was gebleven. Maar natuurlijk: zelfs als iedereen één keer zijn vraag stelt, zijn dat veel telefoontjes...'

Het is Bedenking Eén van de vele die gemaakt kunnen worden bij het mediadebat van de afgelopen week. Ik heb deze week veel journalisten gehoord, van diverse titels, die gekrenkt benadrukten dat geen énkele journalist ervan geniet om betrokkenen bij rampspoed te contacteren. 'Iedereen doet dat heel voorzichtig en tactvol.' Ik geloof dat. Ik geloof ook dat de intenties en het gedrag van individuele journalisten niet het punt zijn. Het gaat om het feit dat iedere redactie het recht opeist om eigenzinnig en in volle onafhankelijkheid precies hetzelfde te doen als alle andere redacties. En dat je geen enkele journalist individueel verantwoordelijk kan houden voor de verpletterende impact van het collectief. Maar wie dan wel?

Te veel?

Dit gezegd zijnde, moet ik toch de blik richten op één krant, De Standaard. Nu heeft die de afgelopen week vooral complimenten gekregen. Veel lezers, zelfs mediacritici, loofden de berichtgeving, die ze sereen en correct noemden. Mogelijk werd die waardering versterkt door het debat over het afdrukken van foto's van de kinderen. Ook andere kranten die dat niet deden, kregen daarvoor lof.

Met die algemene beoordeling ben ik het eens.

Toch blijven er vragen. Deze krant heeft wel geciteerd uit de blogberichten van de kinderen. Sommige lezers vonden dat nodeloos sentimenteel, en in zekere zin ook een inbreuk op de privacy. Er is, zeker op woensdag en donderdag, ook heel erg veel aandacht besteed aan de ramp. De onlineredactie volgde de gebeurtenissen permanent op, er is een extra (digitale) krant van acht pagina's gemaakt op woensdagmiddag, de donderdagkrant bevatte 15 pagina's over de crash... En dat terwijl er, strikt inhoudelijk, niet zo veel te melden viel. Zoals Filip Rogiers schreef in zijn uitstekende analyse 'Voyeurs, soms voor het goede doel' (DS 19 maart): 'Het drama in Sierre... werd publiek door de omvang en de nabijheid, niet door (de) aard van het drama. Het was - en laat niemand deze zin uit zijn verband rukken - een gruwelijk fait divers, een vreselijk banaal ongeluk.'

'Natuurlijk zit hier geen politieke kant aan', zegt hoofdredacteur Karel Verhoeven. 'Er heeft niemand een fout gemaakt, er is geen “dader,... Maar 28 levens die plots weggerukt worden, dat slaat een diepe wonde in een gemeenschap. Dat maakt de rouw publiek. Je voelde dat ook aan de reacties - en maar goed ook. Ik zou niet in een land willen wonen waar een belangrijk medium dit opzijzet als een kort berichtje.'

Akkoord, maar ook ik vond vijftien pagina's veel. Temeer omdat de ramp dinsdagavond gebeurd was, en ik woensdag de hele dag, van De ochtend tot Reyers laat, op radio, tv en online al getuige was geweest van onpeilbaar verdriet. En dan op donderdag, nog meer verdriet: op een gebedsdienst in Leuven is 'iedereen getroffen' (p. 13), in Wallis is het volk 'diep getroffen' (p. 11), het ongeval 'treft Heverlee hard' (p. 9), ook het onderwijzend personeel werd 'zwaar getroffen' (p. 6), Di Rupo 'probeert het verdriet te verwoorden' (p. 12), in Lommel zijn het 'bange uren' (p. 8)...

Mijn indruk was dat de omvang vooral het erge moest uitdrukken.

'Eerder integendeel', zegt Verhoeven. 'We merken inderdaad dat het aantal pagina's door lezers als een graadmeter wordt gebruikt om de intenties van de pers te meten. “Heel veel, betekent dan 'sensationeel', zelfs als er geen verkeerd woord in staat. Daarom letten we er ook op. Bij gebeurtenissen als deze heeft een redactie de neiging om in overdrive te gaan. We hebben vooraf gezegd: niet meer dan dertien pagina's redactioneel, en twee op opinie. En er waren invalshoeken genoeg.'

Wat de blogberichten van de kinderen betreft, ben ik het wel met Verhoeven eens: 'Ze maken aanschouwelijk hoe vrolijk die vakantie was. Dat contrast behoort tot de kern van dit verhaal. Bovendien vermelden we geen enkele naam.'

Eenwording

Nu ben ik begonnen met Bemerking Eén en toen ben ik vergeten verder te tellen. Slotbemerking, dan maar. Afgelopen week ging ook over de positie van het nieuws, of de nieuwsbedrijven, in een gemeenschap. Vaak genoeg kon je lezen dat 'het hele land in rouw' was, en dat de media die rouw vertolkten. Kranten die ervoor kozen om foto's van de kinderen te plaatsen, onderstreepten dat die al openbaar waren in het rouwregister (de krant als verlengstuk van het rouwregister) en dat het tonen ervan de herkenbaarheid bevorderde, wat het rouwende land hielp verwerken (de krant als priester, psycholoog, vertrouwenspersoon).

Laat ons niet vergeten dat de meeste media naast een ideëel, ook een commercieel doel hebben. Het is waar dat dat tijdens besprekingen op redacties geen expliciete rol speelt. Maar lezers vergeten dat niet. Als ze wantrouwig worden, gaat het daarover: 'Jullie plukken informatie uit de serene omgeving van een rouwregister, en plaatsen die in een commerciële context. Jullie verdienen geld met ons verdriet!' Als men al niet zegt dat media de collectieve rouw uitvergroten, in stand houden, of zelfs creëren, omdat ze daar belang bij hebben.

De mystieke eenwording van volk en pers zal nooit honderd procent zijn. Dat is niet erg. Zolang we onszelf maar niets wijsmaken.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)