Werknemer zet stekels op
De werkende Vlaming reageert op de crisis door zich op te rollen en zijn stekels op te zetten. Er stevig invliegen, is er niet meer bij.

De helft van de Vlaamse 20- tot 35-jarigen gaat werken 'om bezig te blijven', tegenover 40procent van de 36- tot 50-jarigen en slechts één op drie van de vijftigplussers. Van 'zin om er eens stevig in te vliegen', is er dus vooral bij jongeren niet veel te merken. Dat blijkt uit een representatief onderzoek bij 2.400 Vlamingen, dat werd uitgevoerd door Bexpertise in opdracht van het Europees Sociaal Fonds.

Het ergste van de economische crisis mag dan al achter de rug zijn, op de arbeidsmarkt is er van ontdooiing nog niet veel sprake: 'We rollen ons op, en zetten als egels onze stekels op', aldus Nathalie Bekx van Bexpertise.

Jongeren, zo blijkt uit het onderzoek, werken om te leven, en niet omgekeerd zoals hun ouders soms wel deden. Ze doen in hun leven 99dingen tegelijk, en werken is er daar maar één van. Bovendien zien ze in hun omgeving dat je niet noodzakelijk hoéft te werken om toch een inkomen te versieren.

Gelukkig zijn ze toch nog iets ambitieuzer dan hun oudere collega's: de helft van de 20- tot 35-jarigen wil carrière maken, tegenover slechts 36procent van de 36- tot 50-jarigen en 28procent van de vijftigplussers. Maar ze zijn nauwelijks meer dan hun oudere collega's bereid om ook iets extra's te presteren.

Aan het andere einde van het leeftijdsspectrum hebben 50-plussers het steeds moeilijker om te overleven op de arbeidsmarkt. Ze hebben moeite om de werkdruk te volgen, zijn minder flexibel dan jongere collega's, vinden moeilijker een job. Maar ze blijven wel hoge verwachtingen koesteren over hun loon, hun jobinhoud en hun carrièrekansen want 'daar hebben ze recht op'. En ze verwachten, meer dan de 36- tot 50-jarigen, dat hun werkgever zorgt voor een goede balans tussen werk en privéleven. Langer werken zien ze nog steeds niet zitten: slechts één op drie ziet zichzelf blijven werken tot 65jaar, 62procent wil op pensioen op 61.

Het onderzoek zoemde ook in op de houding van vrouwen op de arbeidsmarkt. Bekx omschrijft hen als 'eekhoorntjes': experts in allerlei statuten en stelsels waarmee ze tijd en rechten bijeen kunnen hamsteren om hun gezin beter te kunnen combineren met hun job. Alle emancipatie ten spijt, is er op dat vlak nog nauwelijks iets veranderd. Nog steeds zijn twee keer meer vrouwen dan mannen bereid deeltijds te werken. En carrière maken is voor hen nog altijd minder belangrijk dan voor mannen.