De aandelenmarkten waren het voor één keer gloeiend eens. Het gaat niet goed met de wereldeconomie en dat weegt zwaar op de bedrijven en hun winstpotentieel. Het was daarom tevergeefs zoeken naar lachende beleggersgezichten, waar ook ter wereld.

In Azië waren alle ogen gericht op de beurs van Japan, waar de Nikkei-index woensdagochtend voor het eerst in bijna 17 jaar beneden de 11.000 punten belandde. De index zakte nog eens 0,4 procent en staat nu op 10.938 punten.

Vandaag raakte bekend dat de Japanse industriële productie in juli met 2,8 procent gedaald is. Dat is meer dan verwacht. Bovendien is het al de vijfde maand op rij dat de productie daalt. De kleinhandelsverkopen daalden in juli met 0,6 procent.

De banken hadden nog steeds te lijden onder de verklaring van minister Hakuo Yanagisawa van Financiële Diensten, die voorspelde dat het zeven jaar zal duren voor de banken zowat 60 procent van hun niet-productieve kredieten zullen hebben weggewerkt.

Mizuho, de grootste Japanse kredietverlener gemeten naar activa, moest opnieuw 4 procent prijsgeven, en UFJ Holdings, de nummer zes op dezelfde ranglijst, ging 4,4 procent lager.

In Europa reageerden de markten op de toegeving van voorzitter Wim Duisenberg dat de Europese Centrale Bank (ECB) de economische vertraging in de Verenigde Staten heeft onderschat. Op de renteverlaging zelf reageerden de aandelen nauwelijks. Veel beleggers redeneren blijkbaar dat de zeven renteverlagingen van de Fed evenmin hebben kunnen verhinderen dat de Amerikaanse economie de berg afglijdt.

Axa, de grootste Europese verzekeringsmaatschappij, moest 4,1 procent prijsgeven. DaimlerChrysler, wereldwijd de nummer vijf op de automarkt, gleed 3,2 procent af en Ericsson, de belangrijkste producent van draadloze telefoonnetwerken, zakte 3,7 procent.

Veel erger nog was de schade bij Marconi en Alcatel, die respectievelijk 9,7 en 7,4 procent moesten inleveren. Het Finse Nokia moest 5,7 procent achteruit.

In dezelfde regio, maar een heel andere sector moest Skanska, het grootste bouwbedrijf in de Scandinavische landen, zelfs 12 procent lager na het bericht dat de operationele winst dit jaar lager zal uitvallen dan eerder verwacht.

In eigen land bleef de schade nogal beperkt. Distributeur Delhaize presteerde mooi met een klim van 1,84 procent, maar Interbrew moest 1,08 procent prijsgeven en belandde op het laagste peil sinds vijf maanden.

De ergste klappen waren weggelegd voor Ubizen. De software-ontwikkelaar stelde zijn herstructureringsplan voor en betaalde dat met een koersdaling van 3,57 procent.

In Amerika reageerde de beurs negatief op het bericht dat Sun Microsystems zijn kwartaaldoelstellingen voor de verkoop niet zal halen en op de mededeling van de Europese Commissie dat ze haar onderzoek naar mogelijk monopolistisch gedrag van Microsoft verruimt.

De Dow Jonesindex zakte daarop voor het eerst sinds 12 april onder de 10.000 punten-drempel. De Nasdaq zakte 2,7 procent en stond kort na de middag net onder 1.800 punten.