BRUSSEL - De voorzitters van de Commissie Politieke Vernieuwing vragen in een brief aan de premier, de fractieleiders en de partijvoorzitters of er nog politieke wil aanwezig is om met de werkzaamheden door te gaan. Komt er geen bevredigend antwoord dan houdt de commissie er nog voor de zomer mee op. ,,Ik ben het spuugzat'', zegt commissievoorzitter Dirk Van der Maelen.

De commissie kon deze week weer eens niet vergaderen wegens een gebrek aan interesse van de leden. De voorzitters Armand De Decker (PRL) en Van der Maelen (SP) beginnen ,,serieus te twijfelen of er nog politieke wil is om van de politieke vernieuwing iets te maken''. In de brief wordt de meerderheid gewezen op het regeerakkoord, waar duidelijk in staat dat er werk dient gemaakt te worden van initiatieven omtrent directe democratie, deontologische codes en een hervorming van het kiessysteem.

Het bureau van de commissie gaat op de bijeenkomst van de commissie op 7 mei voorstellen om nog een drietal vergaderingen te houden over de thema's waarover de wetenschappers een voorstel indienden of nog bezig zijn het af te werken, zo werd woensdag afgesproken. Eén commissiezitting zou dan gaan over de directe democratie (het referendum, het volkinitiatief, het petitierecht). Een andere vergadering zou handelen over de deontologische code, waarbij het commissiesecretariaat op basis van antwoorden van de fracties een voorstel zal uitwerken voor een deontologische code en voor een wijziging van het Kamerreglement met de bedoeling een deontologische commissie op te richten. Tot slot wil de commissie ook nog een bijeenkomst wijden aan het rapport dat de professoren momenteel klaarstomen over het kiessysteem. Dat wordt in juli verwacht.

Wanneer de politieke wil er niet meer is om van politieke vernieuwing iets te maken, zullen de commissieleden de laatste vergaderingen met weinig enthousiasme afwerken. ,,In dat geval is het voor het zomerreces gedaan met de commissie. Ik ben het spuugzat'', aldus Van der Maelen. De SP-er bracht de conferentie van de voorzitters van de Kamer op de hoogte van z'n voornemen. ,,Men zei me dat ik gelijk had om een brief te schrijven'', zucht Van der Maelen.