ANKARA -- Recep Tayyip Erdogan, de populairste politicus van Turkije, mag niet meedoen aan de verkiezingen op 3 november. Dat heeft de Turkse kiesraad vandaag besloten. Erdogan, de leider van de islamitische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP), is veroordeeld wegens het aanzetten tot religieuze haat en mensen met een strafblad mogen zich in Turkije niet kandidaat stellen voor een openbare functie.
In 1999 zat Erdogan, oud-burgemeester van Istanbul, vier maanden in de gevangenis omdat hij op een politieke bijeenkomst een gedicht had voorgedragen met de regels: ,,Minaretten zijn onze bajonetten, koepels zijn onze helmen, moskeeën zijn onze kazernes, gelovigen zijn onze soldaten.''

De AKP gaat tegen de beslissing van de kiesraad in beroep bij het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg. Erdogan blijft intussen campagne voeren voor zijn partij, zei hij. ,,Ik blijf lopen over de wegen van mijn geliefde Anatolië en de mensen om mijn stem vragen.'' Naar verwachting blijft Erdogan partijleider, maar gaat iemand anders na de verkiezingen de parlementsfractie leiden of het premierschap vervullen. Plaatsvervangend partijvoorzitter Abdullah Gul maakt een grote kans.

''Niet radicaal''

Volgens een recente peiling kan de AKP rekenen op 25 procent van de stemmen, 10 procentpunt meer dan enig andere partij. De AKP is islamitisch, maar naar eigen zeggen niet radicaal. Erdogan zegt dat hij nu veel gematigder is dan vroeger. Zo is zijn partij voorstander van toetreding tot de Europese Unie, terwijl Erdogan de EU voorheen zag als een instrument van het christelijke imperialisme.

Het Turkse leger en de huidige regering zien het succes van Erdogans partij als een bedreiging voor het strikt seculiere karakter van de Turkse staat. Volgens Erdogan is het dan ook geen wonder dat tegen hem diverse aanklachten wegens corruptie lopen. Die zijn stuk voor stuk politiek gemotiveerd, aldus de partijleider.