SARAJEVO -- Tienduizenden mensen hebben woensdag in Sarajevo de laatste eer bewezen aan Alija Izetbegovic, de oud-president van Bosnië die zondag op 78-jarige leeftijd overleed. Hij leidde de Bosnische moslims in de jaren '90 de oorlog in. Voor hen was hij de vader des vaderlands.
,,Hij was mijn president en mijn commandant'', zei de 50-jarige oud-soldaat Muharem Aladzuz, een van de duizenden mensen die 's ochtends in de rij stonden voor het presidentieel paleis, waar Izetbegovic lag opgebaard. Later werd Izetbegovic' kist naar het centrale plein van Sarajevo gereden, het Plein van Bosnië-Herzegovina. Meer dan 150.000 mensen namen daar afscheid van hun oud-president met de leuze ,,Allahu Akbar'' -- Allah is groot.

Paddy Ashdown, de VN-bestuurder van Bosnië, verwees in zijn toespraak naar de motregen die de hele dag bleef vallen. ,,Het lijkt toepasselijk dat de hemel huilt vandaag.'' Izetbegovic heeft meer gedaan dan wie ook ,,om het voortbestaan van de staat Bosnië-Herzegovina te verzekeren'', zei Ashdown. Gedurende de hele oorlog in Bosnië bleef Izetbegovic hameren op etnische tolerantie, zei Ashdown.

Oorlogsmisdaden

Ondanks de tolerantie die Izetbegovic predikte werd hij wel degelijk verdacht van oorlogsmisdaden, maakten de aanklagers van het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag vandaag bekend. ,,Ten tijde van zijn dood was hij een verdachte en liep een onderzoek naar hem'', zei een woordvoerster. Nu Izetbegovic dood is, is het onderzoek stopgezet. De woordvoerster wilde niet kwijt waar Izetbegovic precies van werd verdacht, omdat hij zich nu niet meer kan verdedigen.

De oorlog in Bosnië begon nadat de moslims en de Kroaten in Bosnië in februari 1992 per referendum voor onafhankelijkheid hadden gestemd. De Bosnische Serviërs, die bij Joegoslavië wilden blijven, boycotten het referendum en namen de wapens op. Izetbegovic hield vast aan zijn ideaal van een multi-etnisch Bosnië. Opdeling van het land was voor hem uitgesloten. Meer dan drie jaar oorlog, 260.000 doden en 2,5 miljoen vluchtelingen later gebeurde dat alsnog, met het vredesakkoord van Dayton. Bosnië bleef formeel één land, bestaande uit twee ministaatjes: de Moslim-Kroatische Federatie en de Republika Srpska.

In de Federatie was woensdag een dag van nationale rouw. In het moslim-Kroatische deel van Sarajevo was in tal van etalages het portret van Izetbegovic te zien. In het deel van Sarajevo dat binnen de Republika Srpska valt was woensdag een dag zoals alle andere.

De laatste rustplaats van Izetbegovic is de begraafplaats Kovaci, op een heuvel in de oude stad van Sarajevo. Hij ligt daar tussen de gevallen soldaten.