BRUSSEL -- Oprustgestelde legerkolonel Luc Marchal, gewezen bevelhebber van de VN-Blauwhelmen in Kigali, heeft vandaag, tijdens de voorstelling van een boek over zijn ervaringen in Rwanda, ,,Rwanda: la descente aux enfers'', sterk uitgehaald naar de politici die aan de macht waren ten tijde van de genocide in Rwanda in april 1994.
Tussen 500.000 en 800.000 mensen verloren toen het leven. Marchal noemde de houding van de Belgische politieke beleidsverantwoordelijken ,,ongehoord''. België had zich garant gesteld voor de vredeshandhaving in Rwanda. Toen de zaken slecht uit de hand liepen heeft ons land volgens de gewezen kolonel Rwanda en zijn bevolking ,,zonder meer aan zijn lot overgelaten''.

De oud-kolonel was bevelhebber van de VN-interventietroepen (MINUAR) in de streek van Kigali tussen december 1993 en april 1994, tot de VN-Veiligheidsraad ,,onder druk van België'' besliste om de Blauwhelmen uit het land terug te trekken, net toen de genocide er begon. Marchal verwijt de toenmalige regering van premier Jean-Luc Dehaene de andere landen die deelnamen aan de MINUAR onder druk gezet te hebben opdat ook zij hun troepen uit Rwanda zouden terugtrekken.


VN
Zijn boek stelt ook het gebrek aan voorbereiding, mensen en middelen, van de Belgische troepen bij interventies in het buitenland aan de kaak, ondermeer in Bangladesh. Marchal vindt onder meer dat de beleidsvoerders van de VN over de interpretatie van het mandaat van de militairen (de zogenaamde rules of engagement) een veel te zwakke houding heeft aangenomen, ook toen er duidelijk signalen waren dat de burgeroorlog tussen Hutu's en Tutsi's weer zou heropflakkeren.


Lotin
Wat betreft de tragische dood van de tien Belgische para's op 7 april 1994 in Rwanda, verwijt de ex-kolonel het Belgisch leger nog steeds niet ,,de kern van de zaak'' onderzocht te hebben, namelijk waarom de commandant van het bewuste peleton, luitenant Thierry Lotin, aan zijn mannen bevel gaf om hun wapens af te geven. Volgens Marchal was dat precies het gevolg van de te ,,voorzichtige'' rules of engagement die de militairen amper de kans gaven om zich te verdedigen, laat staan derden in bescherming te nemen.


Uwilingiyimana
Het peleton was uitgestuurd om de toemalige premier van Rwanda, de gematigde Hutu Agathe Uwilingiyimana, te beschermen. ,,Indien zich nog eens gelijkaardige situaties zouden voordoen, zouden we opnieuw dodelijke slachtoffers hebben'', meent Marchal. Hij vindt het ook vreemd dat er nooit een internationale onderzoekscommissie is aangesteld om de aanslag op het vliegtuig van Habyarimana op 6 april 1994, de start van de genocide, te onderzoeken.


Verhofstadt
De gewezen kolonel neemt ook de woorden van premier Guy Verhofstadt op de korrel, toen die op 7 april 2000 in Kigali sprak. De premier had gezegd dat de bevelhebbers van de MINUAR zes jaar voordien ,,onbesluitvaardig, ongevoelig en onverantwoord'' waren geweest. ,,Wij militairen, hebben ondanks de moeilijke omstandigheden en de weinige middelen waarover we beschikten, toch geprobeerd om de opdracht te vervullen die ons werd gegeven door de politici'', zei Marchal.

Kolonel Marchal was de enige Belgische officier die vervolgd werd voor de dood van de tien para's. Hij werd beschuldigd van doodslag door gebrek aan voorzorg, maar werd door het krijgshof in juli 1996 over de ganse lijn vrijgesproken.