BRUSSEL -- Het gerenommeerde Brussels Jazz Orchestra (BJO) wil de beslissing van de Vlaamse regering over de subsidiëring van onder meer erkende professionele muziekensembles voor de periode 2003-2006 vernietigd zien. De band heeft daarvoor een verzoekschrift ingediend bij de Raad van State.
Aan de basis van de demarche ligt de beslissing om het BJO minder dan de helft van de gevraagde subsidies toe te kennen. Het zit het ensemble vooral hoog dat het daarvoor naar eigen zeggen geen enkele afdoende verklaring of motivering kreeg.

Het Muziekdecreet van maart 1998 regelt de erkenning en subsidiëring van professionele muziekensembles, concertorganisaties, muziekclubs, muziekeducatieve organisaties en festivals. Het omvat twee fases: eerst moet een vereniging worden erkend, daarna wordt een subsidiebeslissing genomen. Het BJO is tevreden over het decreet, maar is niet te spreken over de uitvoering ervan.

Het decreet moet de objectieve toekenning van subsidies garanderen. Subsidiegerechtigde erkende ensembles krijgen op basis van bekende parameters subsidies voor vier jaar. Positief, vindt het BJO dat. ,,Voordien was het immers gewoon roekeloos voor langere termijn een beleid uit te stippelen met ernstige financiële lasten'', aldus Peter Luypaers, de raadsman van het jazzorkest. Maar het decreet wordt volgens Luypaers niet correct uitgevoerd.

Het BJO, dat zondag het festival Jazz Middelheim afsloot, diende op 30 augustus 2001 een aanvraag in tot erkenning, die ook werd goedgekeurd. Daarop volgde een aanvraag tot subsidies, ten belope van 377.000 euro per jaar, een aanvraag die elk jaar geactualiseerd moet worden. Het BJO kreeg ,,zowel voor het artistieke als het beheersmatige luik een positief advies, zonder enig voorbehoud'', weet meester Luypaers.

Toch kreeg het jazzorkest slechts 180.000 euro toegewezen. Het belangrijkste gevolg daarvan is luidens ondervoorzitter Marc Godfroid dat het orkest een aantal internationale producties noodgedwongen moest afblazen, zoals concertreizen in Canada en de Verenigde Staten.

Volgens meester Luypaers kreeg het BJO ook geen enkele verklaring voor de verlaagde subsidies. Een blik op de verdeelde bedragen leert volgens de advocaat bovendien dat er geen enkel objectief systeem terug te vinden is in de onderlinge verdeling van de middelen. ,,Ze hebben de pot andermaal op willekeurige manier verdeeld.''

De woordvoerder van Vlaams cultuurminister Paul Van Grembergen ontkent dat. Hij wijst erop dat de subsidies van het BJO ten opzichte van de periode 1999-2002 toenamen van 135.000 naar 180.000 euro per jaar. Dat bedrag houdt het midden tussen hetgeen de administratie en de beoordelingscommissie hadden voorgesteld. Volgens de woordvoerder zijn er overigens heel wat organisaties die slechts de helft van het gevraagde bedrag hebben gekregen. Hij wijst daarvoor op de beperkte middelen van de Vlaamse overheid.