MOSKOU -- Ook als Iran weigert scherpere controles op zijn nucleaire programma toe te laten, zal Rusland uranium leveren voor de kerncentrale in aanbouw in de Iraanse havenstad Bushehr. Dat heeft een woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken bekendgemaakt. De Verenigde Staten dringen aan op de scherpere controles, omdat zij vrezen dat de Russische brandstof door Iran gebruikt zal worden voor de ontwikkeling van een atoombom.

Rusland heeft de Iraanse regering volgens de woordvoerder wel ten zeerste aangeraden een nieuwe overeenkomst te sluiten met het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), zodat dat meer controles kan uitvoeren in Iran. Omdat het land echter niet verplicht is scherpere controles toe te laten, zal een Iraanse weigering de door Rusland geleide bouw van de centrale in Bushehr en de levering van brandstof ervoor niet in gevaar brengen, aldus de woordvoerder.

De uitlatingen van het Russische ministerie weerspreken de beloften die president Vladimir Poetin vorige week aan onder anderen de Britse premier Tony Blair zou hebben gedaan. Poetin zou Blair op de G8-top afgelopen weekeinde hebben toegezegd geen nucleaire brandstof aan Iran te leveren zolang dat land geen overeenkomst met het IAEA heeft gesloten. De Russische president benadrukte daar ook de wens van Rusland dat alle Iraanse atoomprojecten door het IAEA worden gecontroleerd.

De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zei wel dat Rusland alleen uranium levert aan Iran als het de gebruikte brandstofstaven allemaal terugkrijgt. Minister van Kernenergie Aleksandr Roemjantsev maakte eerder deze week bekend dat Iran op het punt stond aan die voorwaarde te voldoen. De centrale in Bushehr zal volgens Roemjantsev pas in 2005 worden opgestart in plaats van volgend jaar, zoals Iraanse functionarissen hebben gezegd. Door het project te vertragen zou Rusland tegemoet komen aan de Amerikaanse eis dat Iran eerst bewijst geen kernwapens te ontwikkelen voor het kernenergie kan produceren.