MADRID -- De omvang van de milieuramp door de gezonken olietanker Prestige voor de Noord-Spaanse kust is veel groter dan de Spaanse regering totnogtoe heeft toegegeven. De Spaanse pers pakt vandaag uit met nieuwe berekeningen volgens welke al 63.000 ton ruwe olie uit het wrak is weggelekt. De regering in Madrid heeft altijd volgehouden dat van de 77.000 ton olie aan boord van het wrak ten hoogste 40.000 ton is vrijgekomen.
Door de ramp met de Prestige voor de kust van Galicië in november vorig jaar belandde drie keer meer zware olie in zee en op de kusten dat bij het scheepsongeluk van de Erika in december 1999 voor de kust van Bretagne. Bij het ongeluk van de Exxon-Valdez in Alaska in 1989 vloeide 42.000 ton olie in zee.

De nieuwe cijfers komen van het Spaanse olieconcern Repsol, dat de resterende olie uit het wrak van de Prestige moet bergen. Volgens de firma bevatten de tanks nog maar 13.800 ton olie. Een onderwaterrobot heeft intussen haast alle lekken in het wrak gedicht zodat dagelijks nog maar een kleine 20 liter ontsnapt.


,,Regering minimaliseert omvang ramp''
Milieu- en burgergroeperingen verwijten de regering de omvang van de ramp te willen minimaliseren en waarschuwen dat nog duizenden tonnen olie op zee ronddrijven en de komende maanden de kusten van Spanje, Portugal en Frankrijk dreigen te vervuilen. Madrid daarentegen sluit niet uit dat de Prestige minder olie vervoerde dan op de vrachtpapieren is aangegeven.

De olietanker raakte op 13 november voor de Galicische kust in problemen. Zes dagen later brak het schip in stukken en zonk het. Het veroorzaakte de grootste milieuramp in de geschiedenis van Spanje: circa 1.000 kilometer kust en de zee werden zwaar vervuild. Nu nog spoelen olieklodders aan op de Spaanse en Franse kusten.