BRUSSEL - Het consortium Hydronor, een van de kandidaten voor de concessie van de waterzuiveringsinstallatie Noord in Brussel, start een kortgeding bij de Raad van State tegen de beslissing om het contract toe te wijzen aan concurrent Aquiris.

De Brusselse regering besliste dinsdag de concessie voor de bouw en exploitatie van het waterzuiveringsstation Noord ter waarde van 40 tot 50 miljard frank toe te kennen aan Aquiris. De rechtbank van eerste aanleg van Brussel had eerder eenzijdig verzoekschrift van Hydronor de Brusselse regering verboden de beslissing te betekenen.

De zitting die voor vandaag was voorzien voor pleidooien in kader van dat proces, ging niet door. De rechter was van oordeel dat de zaak zonder voorwerp was. Hij stelde vast dat de Brusselse regering had beslist over de toewijzing van de concessie en dat ze die had bekendgemaakt aan de verschillende kandidaten. Hij bevestigde wel het verbod om de beslissing te betekenen tot komende woensdag. Hydronor, een consortium van Tractebel, Suez-Lyonnaise des Eaux, CIBE, Degrémont en Biotim zou tegen dan formeel haar zaak aanhangig maken bij de Raad van State.

Volgens Hydronor is de offerte van Aquiris op twee punten in strijd met het lastenboek. Dat verbiedt het zuiveringsslib op de terreinen van het station te verbranden. Volgens Hydronor is het vernieuwende procédé dat Aquiris wil gebruiken, met name vochtige oxidatie, een vorm van slibverbranding. Ten tweede zou het gaan om een experimentele techniek, iets wat ook uitgesloten wordt in het lastenboek.

Die thesis is impliciet verworpen door het Brussels gewest. Volgens Brussels milieuminister Didier Gosuin afgelopen dinsdag is de verdienste van het procédé van Aquiris juist dat men niet moet overgaan tot slibverbranding. Hij benadrukte bij de toelichting van de regeringsbeslissing dat de techniek van vochtige oxidatie reeds gebruikt werd in de industrie.