BRUSSEL - Minister van Mobiliteit Isabelle Durant heeft woensdagmiddag in de Senaat een gedetailleerde historiek gegeven van wat ze de ,,zaak-Heinzmann'' noemde, te beginnen vanaf de stemming van de NMBS-wet tot het opduiken van de eerste versie van de ontslagbrief, dinsdagavond.
Durant gaf het overzicht op mondelinge vragen van Vincent Van Quickenborne (Spirit) en Ludwig Caluwé (CD&V). De minister sprak onder meer over een vergadering op vrijdag 26 april met Heinzmann en Alain Deneef, de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur van de NMBS, waarop beiden een aantal documenten over de spoorwegmaatschappij kregen. Heinzmann zei volgens haar enthousiast te zijn over zijn nieuwe opdracht en vertelde op een anekdotische manier over het gesprek dat hij had met José Damilot, de baas van de Franstalige socialistische spoorbond.

Op dinsdag 30 april kreeg het kabinet-Durant, terwijl men een vergadering met de oude en nieuwe NMBS-top probeerde te beleggen, een telefoontje dat Heinzmann de minister wenste te spreken. Hij vertelde haar dat hij onder zware druk stond en ontslag wilde nemen. Isabelle Durant vertrekt naar Luxemburg, waar Heinzmann haar inlicht over de druk en de nachtelijke bedreigingen. Hij verklaarde ontslag te willen nemen en overhandigde haar zijn ontslagbrief. De minister antwoordde dat ze de brief niet in overweging wilde nemen en vroeg hem om nog 24 uur na te denken.

Op 1 mei had Christian Heinzmann verschillende malen contact met het kabinet van de premier, voordat hij in de late namiddag bevestigde dat hij bij zijn beslissing bleef. Dan schreef hij zijn ontslagbrief in overleg met het kabinet van Durant. Op geen enkel ogenblik is het kabinet tussengekomen in de motieven, benadrukte Isabelle Durant. Er werd volgens haar ook niet naar de eerste brief verwezen. Het kabinet bracht enkel juridische correcties aan, vulde ze aan.

Nadat de ontslagbrief bekend geraakte, legde Heinzmann verschillende verklaringen af die in tegenstelling waren met wat hij aan de minister had gezegd.

Op maandag 6 mei nam hij deel aan de Raad van Bestuur van de NMBS. Hij vertrok om 12.05 uur omdat enkele commissieleden hem nog wilden ontmoeten voor de vergadering van de kamercommissie infrastructuur van de Kamer. Daar evolueren de argumenten volgens de minister nog verder, met onder meer het argument van de vervalste NMBS-rekeningen.

De minister noemde het totaal onaanvaardbaar dat de oppositie van vervalsing van de ontslagbrief spreekt. ,,De brief van 1 mei is de enige correcte'', benadrukte ze.

Durant zei de hele episode te betreuren, maar is ervan overtuigd dat men nu vooruit moet gaan. Er is dus geen sprake van om de wetgeving te wijzigen in het belang van de NMBS, de reizigers en de werknemers.

Op de vraag van Vincent Van Quickenborne over hoeveel Heinzmann zou verdienen en welke de schadevergoeding zou bedragen, bevestigde ze enkel dat er van een ontslagvergoeding geen sprake is omdat er geen contract is. Over het toekomstige loon zei ze niets.

Voor Caluwé is ofwel de eerste brief correct en dan heeft Durant andere dingen dan de werkelijkheid gezegd, ofwel is de tweede brief de echte en dan wijzigt Heinzmann voortdurend zijn verklaringen. In dit laatste geval vroeg de CD&V'er zich af hoe zo iemand benoemd kon worden aan het hoofd van een bedrijf zoals de NMBS. In beide gevallen kan u niets anders dan hier de politieke conclusies uit te trekken, luidde het.