PRAAG - De overheden moeten proberen de loonlasten zo veel mogelijk te verlagen. Een minimaal inkomen voor de sociale zekerheid moet dan maar van alternatieve financiering komen. Dit heeft het Europees Vakverbond woensdagmorgen in congres beslist. De Belgische vakbonden betreuren de stellingname en vrezen dat de deur voor tweede en derde pijler-verzekeringen (privé) nog wijder opengaat.
Vakbonden van over heel Europa zijn bijeen in Praag voor een vierjaarlijks congres. Woensdag wordt een bijna volledig nieuw secretariaat aangesteld en de belangrijkste taak van het congres is daarom een actieprogramma te bepalen voor dat nieuwe secretariaat.

Josly Piette, nummer twee van de christelijke bond ACV, stelt dat de Belgische vakbonden tevreden mogen zijn over het resultaat. Voor het congres waren al een reeks Belgische amendementen aanvaard. Er bleven voor het congres nog drie gevoelige punten en daar werd uiteindelijk een twee op drie gehaald.

De nederlaag werd geleden in het dilemma loonkostenverlaging/sociale bescherming. De vakbonden uit de noordelijke lidstaten wilden dat het congres een amendement goedkeurde over verdere loonlastenverlaging. Onder meer de Belgische vakbonden wilden een bodem inbouwen: de loonlastenverlaging zou nooit een minimale sociale bescherming (uitgedrukt in percentage van het bnp) in de weg mogen staan.

De Belgische vraag werd door een grote meerderheid weggestemd. Volgens Piette komt dit door de grote verschillen in sociaal-economische organisatie en sociale bescherming tussen de diverse lidstaten. In Scandinavië bijvoorbeeld gaat veel aandacht naar werk als sociale bescherming, landen als Nederland verlaten zich vooral op de tweede en derde pijler (extra-legale pensioen en ziekteverzekering, privé-verzekeringen). Bovendien zijn de financieringsbronnen van de sociale bescherming sterk verschillend.

De klemtoon in de goedgekeurde tekst ligt op de loonlastenverlaging, en niet op sociale bescherming. De voorstanders van de tekst stellen dat die de sociale bescherming niet bedreigd. Volgens Piette echter is het logische vervolg dat het EVV zal kiezen voor de promotie van de tweede en derde pijler, ter compensatie van de (onvermijdelijk ingekrompen) eerste pijler. Zeker de extra-legale verzekeringen op bedrijfsniveau kunnen zich verheugen op groeiende populariteit.

Het Belgische standpunt haalde het wel in de discussie over de diensten van openbaar belang (openbare diensten). De vakbonden uit zuidelijke EU-lidstaten wilden garanties voor onafhankelijke diensten, met zekere financiering door de overheid, ten dienste van de zwaksten.

De Scandinavische bonden zijn daar tegen. Zij opteren voor de concurrentie in de geglobaliseerde wereld. Met de privé-sector moet bekeken worden welke diensten kunnen gegarandeerd worden.

Het Scandinavische standpunt werd verworpen, met onder meer de steun van de Britse vakbondskoepel TUC.

Ook inzake fiscale harmonisatie kan de finale tekst op Belgische goedkeuring rekenen. Volgens Piette gaat de tekst verder dan ooit in het pleidooi voor harmonisatie inzake spaarfiscaliteit, vennootschapsbelasting,...

Op het EVV-congres werd ook gedebateerd over de huidige begrotingsproblemen in verschillende landen van de euro-zone. De Duitse vakbondskoepel wou een tekst laten goedkeuren om het stabiliteitspact te laten versoepelen. Begrotingstekorten zouden mogelijk moeten zijn en de Europese Centrale Bank (ECB) zou meer actie moeten voeren voor economische groei.

Cynisch is natuurlijk dat het net de Duitsers waren die tot voor een paar jaar de grote pleitbezorgers waren voor budgettaire striktheid en inflatiebestrijding. Toch konden veel delegaties akkoord gaan met het Duitse standpunt. Omdat de Duitse delegatie probeerde de resolutie zonder veel overleg door het congres te jagen, werd het voorstel echter verworpen. Daardoor staat in de finale tekst een vagere verwijzing naar soepeler monetaire regels.