Geachte heer/mevrouw,
Kennelijk bent u niet goed ingelicht.

In tegenstelling tot wat u schrijft, heeft de overgrote meerderheid van de Afghanen de mogelijkheid een automatisch opschortend beroep in te stellen bij een administratieve rechtbank. Daarnaast kan elkeen die 3 jaar (families met schoolgaande kinderen) en 4 jaar (alleenstaanden en koppels zonder kinderen) in de asielprocedure heeft verbleven alvorens een uitvoerbare beslissing te hebben ontvangen, een individuele regularisatie aanvragen.

Bovendien heb ik beslist dat, ongeacht het indienen van een beroep, elke Afghaan die voor 1 januari 2003 een asielaanvraag heeft ingediend, kan blijven tot maart 2004 (alleenstaanden en koppels zonder kinderen) of tot juli 2004 (families met schoolgaande kinderen).

Er zijn overigens nooit 1.100 bevelen om het grondgebied te verlaten, afgeleverd.

Begin 2004 evalueer ik opnieuw de humanitaire en veiligheidssituatie in Afghanistan en overleg ik daarover met mijn Europese collega's. Op dat ogenblik neem ik opnieuw een beslissing inzake de verblijfsmogelijkheden van deze Afghanen.

De VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) noemt het Belgische standpunt trouwens zeer redelijk en genereus.

Ik blijf erbij dat een hongerstaking in een democratische rechtsstaat onaanvaardbaar is. Het is en blijft een chantagemiddel. Wat zal u doen wanneer morgen iemand het niet eens met de uitspraak van een rechtbank en het beroep niet afwacht maar een hongerstaking begint? Op die wijze verlamt men de werking van onze samenleving.

Deze mensen kiezen zelf voor het middel van de hongerstaking. Zij zijn dan ook verantwoordelijk voor de gevolgen van hun daden.

Hoogachtend,

Patrick Dewael

Vice-eerste minister, minister van Binnenlandse Zaken