BRUSSEL -- Als gevolg van de vogelpestcrisis in ons land hebben de pluimveeslachthuizen en de mengvoederbedrijven al minstens 16,7 miljoen euro globale economische schade geleden. Dat blijkt uit eerste ramingen van de twee sectoren. Nog steeds zijn werknemers in de sector tijdelijk werkloos.
De vogelpestuitbraken mogen dan al lang verleden tijd zijn en de eerste vergoedingen aan de getroffen pluimveehouders uitbetaald, de pluimveeslachterijen en fabrikanten van mengvoeders (vooral pluimveevoeder) kampen ook vandaag nog met de gevolgen. Ze berekenden de voorlopige schade op respectievelijk 11,6 en 5,1 miljoen euro.

Er waren een tijdlang geen kippen te slachten, veel landen weigeren voorlopig Belgisch vlees van pluimvee en buitenlandse pluimveebedrijven palmden de Belgische markt in.

Voor de voedersector is vooral het lagere aantal kippen een probleem. De kippenstapel daalde, dus is er ook minder nood aan voeder.

Beide sectoren wijzen erop dat het om voorzichtige ramingen gaat. Extra variabele kosten (reinigen van slachthuizen en voederbedrijven, beperkte leveringen, quarantainemaatregelen...) werden niet meegerekend.

Op economische steunmaatregelen lijken de sectoren niet te kunnen rekenen. ,,We worden van het kastje naar de muur gestuurd. Voor de ene vallen we onder de bevoegdheid van Landbouw, voor de andere onder die van Economie''. En ook bij de RVA kunnen de sectoren, die samen circa 6.500 mensen te werk stellen, op weinig begrip rekenen voor het aanvragen van het statuut van economische werkloosheid als gevolg van overmacht.