BRUSSEL - Guy Quaden, de gouverneur van de Nationale Bank van België, is principieel voorstander van een biljet van 1 euro. Dat heeft hij gezegd in de marge van een persconferentie. Quaden pleit evenwel voor een onderzoek naar de mening van de bevolking en voor een haalbaarheidsstudie.
De euro zit nu al bijna een jaar in onze portemonnee. Sinds de invoering van de Europese eenheidsmunt is al heel wat inkt gevloeid over de vraag of het leven nu effectief duurder geworden is. De consument denkt alleszins van wel. Nochtans blijkt uit cijfers van de NBB dat het effect van de euro op de inflatie beperkt is gebleven tot 0,2 procentpunt.

Niettemin ligt dit jaar de door de consument aangevoelde inflatie -de perceptie van de inflatie door de consument- veel hoger dan de werkelijke inflatie.

Volgens Quaden speelden twee factoren tegen de euro. Zo heeft de consument meer aandacht voor prijzen die stijgen dan voor prijzen die dalen. Daarnaast heeft de consument ook meer oog voor producten die hij dagelijks koopt. Een pintje mag dan duurder zijn geworden, de prijs van een televisietoestel is daarentegen gedaald, aldus Quaden.

Momenteel zijn ruim 95 procent van de bankbiljetten die in omloop zijn euro-biljetten. Een kleine vijf procent zijn Belgische biljetten. Het gaat om een bedrag van 314.380.398 euro of ruim 12,5 miljard frank. Een gelukkig gevolg van de introductie van de euro, aldus Quaden, want biljetten die niet terugkeren zijn een winst voor de staat. Het geld gaat waarschijnlijk naar de financiering van de pensioenen.

Heel wat Belgische bankbiljetten zullen nooit naar de Nationale Bank terugvloeien. Hun waarde wordt geschat op 8 tot 10 miljard oude Belgische frank, aldus Quaden.

Naast biljetten zijn er ook nog heel wat Belgische munten 'in omloop'. Het gaat om een bedrag van 204.387.402 euro, en ook hier mag aangenomen worden dat een groot deel niet terugkeert, en dus winst voor de staat is. Volgens muntmeester Romain Coenen van de Koninklijke Munt, de instelling die de munten slaat, moet van het bedrag niet terugkerende munten wel de facturatie voor het maken van het geld worden afgetrokken. Om hoeveel geld het zal gaan, is niet duidelijk.

Belgische muntstukken kunnen nog tot eind 2004 bij de Nationale Bank worden omgeruild. Quaden denkt niet dat er nog veel munten zullen binnenkomen. Op het omruilen van biljetten staat geen tijdslimiet.

Quaden toonde zich maandag ook voorstander van een biljet van 1 euro. De gouverneur pleit evenwel voor een onderzoek naar de mening van de bevolking en voor een haalbaarheidsstudie inzake de kostprijs. De levensduur van een biljet is veel korter dan die van een muntstuk. Een kleine coupure gaat gemiddeld 18 maanden tot twee jaar mee.

Unizo, de unie van zelfstandige ondernemers, liet weten het voorstel van Quaden te steunen. De federatie is overigens ook gewonnen voor een biljet van 2 euro. Het gebruik van dergelijke biljetten kan volgens Unizo bijdragen tot een vlotter betalingsverkeer aan de kassa.


Elektronisch betalen in de lift
Het succes van elektronische betaalkaarten is na de introductie van de euro nog toegenomen. Vooral Proton kende een grote opmars. Het aantal transacties per dag steeg van 165.000 in 2001 naar 330.000 dit jaar. Ook het gebruik van kredietkaarten nam het afgelopen jaar met twintig procent toe: van 1,18 miljoen transacties per dag in 2001 tot 1,4 miljoen dit jaar.

De cijfers zijn afkomstig van Banksys, het bedrijf dat het elektronisch betaalverkeer beheert.