BRUSSEL -- Voor het Brusselse Hof van Beroep is vandaag het proces tegen de Luikse advocaat-generaal Franz-Joseph Schmitz gestart. De verdediging pleitte over de hele lijn onschuldig en riep ernstige procedurebezwaren in. Het Hof voegde de bezwaren bij de grond van de zaak. Dat houdt in dat de vormbezwaren in het arrest zullen worden behandeld.

Schmitz wordt beschuldigd van valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken, heling, oplichting, passieve corruptie en schending van het beroepsgeheim. De 66-jarige advocaat-generaal werd in december 1996 geschorst nadat het gerucht de ronde deed dat hij zonder ontvangstbewijs geld had ontvangen. Hijzelf beweerde dat de bedragen bestemd waren als hulp voor noodlijdenden in de streek. Van maart tot juni 1997 bleef hij in voorhechtenis.

De advocaten Jean-Marie Defourny, Franklin Kuty en Michel Goujon betoogden vandaag dat er procedurefouten aan het proces voorafgingen.

Volgens de verdediging werd het hof niet geldig gevorderd en kan het niet dat Schmitz zich als enige op de beklaagdenbank bevindt, terwijl de personen die van actieve corruptie worden beschuldigd, met name de gebroeders Falkenberg, voor de correctionele rechtbank verschijnen.

Het openbaar ministerie oordeelde dat de procedurekwestie het proces niet hoeft te vertragen. Het Hof sloot zich daarbij aan en zal pas een oordeel vellen op het einde van het proces. Vrijdag worden de debatten voortgezet met de ondervraging van de beschuldigde.

Schmitz moet zich verantwoorden voor een reeks persoonlijke uitgaven die door de gebroeders Falkenberg werden gedekt. De geschorste nummer twee van het Luikse parket-generaal wordt bovendien beschuldigd van heling van zeven miljoen frank en van passieve corruptie in 1997. Ook moet hij uitleg geven over de vermoedelijke uitkering van 445.000 frank door in totaal 13 inwoners van Duitstalig België ten gunste van noodlijdende gezinnen in de regio.