PARIJS - De persvrijheid is in 2001 in de wereld flink gekelderd, zo blijkt uit het jaarrapport van de organisatie Reporters sans frontières (Reporters zonder Grenzen, RSF), gepubliceerd aan de vooravond van de Internationale Dag van de Persvrijheid, inmiddels aan zijn twaalfde editie toe. Vorig jaar nam het aantal gearresteerde journalisten met de helft toe, het aantal bedreigingen tegen hen met veertig procent.

Het aantal journalisten dat tijdens de uitoefening van zijn beroep is gedood, bleef stabiel: 32 in 2000, 31 in 2001. Verontrustend is evenwel de stijging van het aantal interpellaties en arrestaties (met 50 procent tot 489) en van het aantal agressies op of bedreigingen van journalisten (716 geregistreerde gevallen, een stijging van 40 procent).

Afghanistan bleek vorig jaar het gevaarlijkste land (acht doden, maar gezien de concentratie van perslui in het land in het kader van de ,,oorlog tegen de terreur'' is dat geen overweldigend cijfer), gevolgd door Colombia (3), de VS, Thaïland en de Filippijnen (elk twee). In het jaar 2000 waren Rusland en Oekraïne de te mijden plaatsen.

,,Steeds meer journalisten belanden achter de tralies omdat zij een of andere malversatie hebben aangeklaagd of het beleid van een overheidsfunctionaris bekritiseerd'', schrijft RSF. In 2001 belandden 110 beroepsjournalisten in de cel; in 200 waren er dat 74. RSF eist in het rapport de onmiddellijke vrijlating van deze onder andere in Birma/Myanmar (17), Iran (17), China (12), Eritrea (8), Nepal (7) en Turkije (5) gedetineerde perslui.

Zowat eenderde van de wereldbevolking leeft nog steeds in landen waar de persvrijheid in de feiten nog steeds niet is erkend, betreurt de vakorganisatie. Behalve het handjevol resterende communistische landen zijn dat ook landen met eenpartijregimes als Syrië en Iran, militaire dictaturen als Birma en monarchieën als Saoedi-Arabië.

In Afrika zijn, volgens RSF, vooral Eritrea (afgescheiden van en continu in oorlog met Ethiopë) en Zimbabwe (onder het anti-blank bewind van Robert Mugabe) de meest repressieve landen inzake persvrijheid.

Op het Amerikaanse continent bestaat de bedreiging in het aanhoudende geweld in het Latijnse deel en de anti-terreurwetgeving in de VS. Met drie doden was het voor Colombia, waar al bijna veertig jaar een burgeroorlog woedt, alweer een ,,zwart jaar''. Azië bevat twee van de grootste gevangenissen ter wereld wat het muilkorven van de pers betreft: de militaire junta in Birma en het eenpartijregime in de Volksrepubliek China.

Voor Europa en het gebied van de voormalige Sovjetunie stelt RSF de ,,broosheid'' van de verwezenlijkingen op het vlak van de vrijheid van informatiegaring aan de kaak. Na 11 september, stelt het rapport, ,,waren de regeringen, inbegrepen die van EU-lidstaten, er als de kippen bij om de bevoegdheden van de politie uit te breiden, de bewegingsvrijheid te beperken, de controle van het Internet te vereenvoudigen en de media op hun 'verantwoordelijkheden' te wijzen''.

In sommige landen valt wel enige vooruitgang te bespeuren. Dat geldt voor Chili, Peru en Servië na de val van Slobodan Milosevic.