BRUSSEL - De regering wacht af of de OPEC-top van 10 september tot een daling van de olieprijzen zal leiden. Zoniet komt er een tegemoetkoming voor de laagste inkomens die hun hoge mazoutfactuur niet kunnen betalen. Dat verklaarde premier Guy Verhofstadt na afloop van de ministerraad.
Hoe die tegemoetkoming er moet uitzien en of ze via fiscale weg of via de sociale zekerheid zal uitbetaald worden, wordt op dit moment onderzocht.

Guy Verhofstadt wees erop dat tijdens de OPEC-vergadering van 10 september het mechanisme zou moeten in werking treden dat de olieproducerende landen hadden ingesteld voor het geval de prijs boven de 28 dollar per vat zou uitstijgen. Dat mechanisme voorziet in een verhoging van de olieproductie, waardoor de prijs naar beneden moet gaan.

Indien de prijs hoog blijft, komen er steunmaatregelen voor de laagste inkomens, zoals minister van Economische Zaken Charles Picqué (PS) gisteren al aankondigde. Maar de ministerraad nam nog geen beslissing over welke vorm de steun zal aannemen of over de hoogte van de tegemoetkoming.

Premier Verhofstadt benadrukte dat de regering er niet aan denkt om op korte termijn een accijnsverlaging door te voeren. Op mazout worden immers geen accijnzen geheven, en een dergelijke verlaging komt meestal alleen de producenten ten goede, stelde hij.