BRUSSEL - De wielerbonden zijn vanaf 1 oktober in Vlaanderen officieel bevoegd voor tuchtprocedures tegen wielrenners. De Vlaamse gemeenschap erkent de interne tuchtregeling van de Vlaamse (WBV), Belgische (KBWB) en internationale wielerunie (UCI). Dat moet een vaudeville zoals die met wielrenner Frank Vandenbroucke in de toekomst vermijden. Dat maakt Vlaams minister voor Sport, Guy Vanhengel, vandaag bekend.
Hij ondertekende deze week een ministerieel besluit dat de interne tuchtregeling van de UCI, de KBWB en WBV officieel erkent. De federaties zullen hierdoor voortaan als enige de bestraffing van een op doping betrapte wielrenner op zich nemen. De diensten van de Vlaamse gemeenschap mogen wel nog controles blijven uitvoeren.

Het besluit komt er vlak voor het wereldkampioenschap op 13 oktober in Zolder. Daarmee wordt het juridische hiaat opgevuld dat de voorbije maanden met de affaire VDB pijnlijk duidelijk werd gemaakt.

VDB

Vandenbroucke werd nadat er bij hem thuis dopingproducten werden ontdekt, geschorst door de Belgische wielerbond. De advocaten van VDB stapten evenwel naar het internationaal sporttribunaal (TAS) in Lausanne, dat de schorsing vernietigde met het argument dat de KBWB niet bevoegd was. Vandenbroucke werd nadien door de disciplinaire raad van de Vlaamse gemeenschap voor zes maanden geschorst maar die straf is enkel geldig in Vlaanderen, zodat VDB elders kon blijven koersen.

Deze procedureslag is voortaan niet meer mogelijk. Door de erkenning ligt de bevoegdheid voor het opleggen van tuchtmaatregelen nu officieel bij de wielerbonden, en niet langer bij de disciplinaire commissies van de Vlaamse gemeenschap.