WASHINGTON -- Geen enkele beschikbare inlichting, zelfs niet de informatie van een FBI-informant die in 2000 twee kapers leerde kennen, had de aanslagen van 11 september 2001 kunnen voorkomen. Dat staat in het verslag van een onderzoek dat twee commissies van het Amerikaanse Congres vorig jaar uitvoerden. Donderdag wordt het 900 pagina's tellende rapport vrijgegeven, maar het persbureau Associated Press kon de belangrijkste conclusies nu al inkijken.
Volgens het verslag hebben de Amerikaanse autoriteiten in de tijd voor de aanslagen te weinig samengewerkt. De CIA en andere inlichtingendiensten speelden geen belangrijke informatie door en de FBI, de federale recherche slaagde er niet in de groeiende terroristische dreiging binnen de Verenigde Staten op te merken.

In de zomer van 2000 leerde een anonieme informant in San Diego Khalid Almihdhar en Nawaf Alhazmi kennen. Op geen moment koesterde hij de verdenking dat zij terroristen waren. De twee werden op dat moment al door CIA-agenten verdacht van terroristische activiteiten -- in januari 2000 woonden zij een bijeenkomst van Al-Qaedakopstukken in Maleisië bij -, maar die informatie is nooit doorgegeven aan de FBI. Almihdhar en Alhazmi kaapten met drie anderen het vliegtuig dat zich in het Pentagon zou boren.

Eén passage is in het onderzoeksverslag zoals dat openbaar wordt gemaakt onleesbaar gemaakt: een hoofdstuk van 28 pagina's waarin gedetailleerd en kritisch wordt gesproken over het gebrek aan interesse van de Saudische regering voor de aanpak van moslimextremisme.