BELGRADO -- De Joegoslavische president Vojislav Kostunica heeft vandaag gezegd dat hij de hoofdaanklaagster van het Joegoslaviëtribunaal, Carla Del Ponte, toch wil ontmoeten als die op 23 januari een bezoek brengt aan Belgrado. Kostunica, die het tribunaal fel bekritiseert en weigert de van oorlogsmisdaden verdachte oud-president Slobodan Milosevic uit te leveren, zei eerder dat hij geen tijd had voor Del Ponte.

Het tribunaal eist de volledige medewerking van Joegoslavië en de uitlevering van verdachten van oorlogsmisdaden. Milosevic wordt gezocht vanwege het optreden van Joegoslavische troepen tegen de etnische Albanezen in Kosovo. Kostunica stelt dat het Joegoslaviëtribunaal vooringenomen is tegenover Servië, de grootste Joegoslavische deelrepubliek, en dat het niet bevoegd is Joegoslavische staatsburgers te berechten.

Vandaag zei Kostunica echter dat hij met Del Ponte wilde praten over het gebruik van munitie met verarmd uranium door de NAVO in Kosovo-oorlog. Ook zou hij Del Ponte willen spreken over berichten waarin wordt gezegd dat Finse pathologen geen aanwijzingen hebben gevonden voor een massaslachting in het Kosovaarse dorp Racac in 1999. Deze slachtpartij was mede aanleiding voor de NAVO-luchtaanvallen.

,,Mijn kritische houding tegenover het hof in Den Haag is bekend, maar er moet binnen de grenzen van de Joegoslavische wet met het tribunaal worden samengewerkt'', aldus Kostunica. Hij zei dat Milosevic in Joegoslavië zelf zou moeten worden berecht.

Uit een vandaag vrijgegeven document blijkt dat tegen Milosevic en diens naaste medewerkers vervolging zal worden ingesteld direct na de beëdiging van de nieuwe Servische regering, die waarschijnlijk volgende week plaatsvindt. De vervolging van Milosevic staat bovenaan een prioriteitenlijst van aankomend premier Zoran Djindjic. Waarvoor Milosevic en zijn voormalige medewerkers vervolgd zullen worden wordt niet vermeld, maar eerder zijn corruptie, diefstal uit de staatskas, het ontvoeren en vermoorden van politieke tegenstanders en oorlogsmisdaden genoemd als gronden om de oud-president voor de rechter te brengen.