BRUSSEL - Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden Paul Van Grembergen (Spirit) gaat een onderzoek voeren naar de houding van de burgemeester van Brasschaat. Maar hij wacht daarvoor tot de bestendige deputatie van Antwerpen haar onderzoek tegen de OCMW-voorzitter van de Antwerpse gemeente heeft afgerond.
Van Grembergen benadrukte in het Vlaams Parlement in antwoord op vragen van Francis Vermeiren (VLD), Dany Vandenbossche (SP.A) en Filip Dewinter (Vlaams Blok) dat hij als voogdijminister in de zaak geen bevoegdheid heeft ten opzichte van de OCMW-voorzitter of -secretaris. Krachtens de OCMW-wet moet de bestendige deputatie het onderzoek voeren als iemand van het OCMW zich misdragen heeft, aldus Van Grembergen.

Maar daarnaast is er de houding van het college van burgemeester en schepenen en de uitspraken van de burgemeester, aldus Van Grembergen. De Brasschaatse burgemeester Lode Bertels (CD&V) heeft het initiatief van OCMW-voorzitter Jo Casaer en OCMW-secretaris Bruno Van Mengsel immers gesteund. In een officiële brief dreigde Casaer ermee - bij wijze van grap - 180 inwoners van Brasschaat te onteigenen om plaats te maken voor asielzoekers.

Van Grembergen zei vandaag dat hij de uitspraken van de burgemeester afkeurt en dat hij van mening is dat hij een grote verantwoordelijkheid draagt. Hij vindt dat de zaken uit de hand gelopen zijn en gaat de uitspraken van de burgemeester ,,onafhankelijk beoordelen''. Maar Van Grembergen wil niet tussenkomen in het onderzoek van de bestendige deputatie en wacht tot dat is afgerond. De minister zei zich daarbij niet te zullen laten leiden door de beslissing van het rechtscollege.

Vermeiren rekende op de ,,rechtlijnigheid'' van Van Grembergen. Hij wees erop dat de brief van de OCMW-voorzitter aan het college van Brasschaat was voorgelegd. Het college in Brasschaat wordt gevormd door CD&V, Agalev en Spirit, dat naar verluidt steun krijgt van de SP.A-fractie.