BRUSSEL -- Vandaag verklaarde Solange Uwanyiligira, één van de zusters van Sovu, in het Rwanda-proces voor het Brusselse assisenhof dat Zuster Gertrude weinig scrupules had om de vluchtelingen in het klooster van Sovu aan de moordende milities over te leveren. De zuster overste Gertrude en zuster Maria Kisito staan in Brussel terecht omdat ze in april en mei 1994 in drie fasen zo'n 7.000 vluchtelingen in het klooster van Sovu zouden overgeleverd hebben aan de milities die hen allen hebben afgemaakt.

Toen een jongetje zich smekend aan haar benen vastklampte, gooide zuster Gertrude hem, omvermurwbaar, de kamer uit waar hij zich verscholen had. Ook hij werd aan de moordende milities overgeleverd, vertelde de zuster.

Toen de zusters allemaal in het Belgische klooster in Maredret waren, werd op hen druk uitgeoefend om zuster Gertrude niet te beschuldigen.

Nog twee Rwandese vrouwen getuigden vandaag over de moorden van Sovu. Veneranda Mukankusi legde uit dat ze zelf gezien heeft hoe de twee zusters allebei jerrycans met benzine aanbrachten om de garage vol vluchtelingen in brand te steken. Ze sprak hiermee haar eigen verklaringen tijdens het onderzoek tegen. Hiermee geconfronteerd zegde de vrouw dat ze destijds genoeg had van de verhoren die haar alleen maar deden huilen.

Goretti Mbateye zat in de garage die in brand werd gestoken maar ze kon vluchten. Ze bevestigde eveneens dat ze de twee beschuldigde nonnen de jerrycans zag aanvoeren. Ze zei dat ze zelf gehoord heeft hoe de militieleider de zusters via megafoon bedankte. Goretti Mbateye werd na de slachtpartij herhaaldelijk verkracht.