JERUZALEM -- De Israëlische regering snijdt flink in de beoogde fondsen voor de joodse nederzettingen op de Westoever en in de Gazastrook. In eerste instantie had de regering van premier Ariel Sharon voor de komende vijf jaar 1,5 miljard sjekel (ruim 16,9 miljard frank) voor de nederzettingen uitgetrokken. Daarvan blijft nu volgens de Israëlische legerradio 600 miljoen sjekel (rond de 6,7 miljard frank) over.

In het radiobericht werd gesuggereerd dat Sharon door de knieën is gegaan voor druk van Washington, dat eerder deze week kritiek had gespuid op het besluit veel geld in de nederzettingen te pompen. Woordvoerder Philip Reeker van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken sprak van een provocatie, een maatregel die de toch al ontvlambare situatie tussen Israël en de Palestijnen nog verder op scherp zou zetten.

Volgens Sharons woordvoerder Raanan Gissin is er geen sprake van zwichten voor Amerikaanse druk en wordt precies zoveel geld in de nederzettingen gestoken als nodig is om de kolonisten tegen Palestijnse gewelddaden te beschermen.