AMSTERDAM -- De strijd om het Italiaanse modeconcern Gucci lijkt bijna ten einde. Gucci bevestigde vandaag dat zijn twee concurrerende Franse aandeelhouders Louis Vuitton-Moët-Hennessy (LVMH) en Pinault-Printemps-Redoute (PPR) in onderhandeling zijn over de verkoop van alle aandelen aan de laatstgenoemde. De onderhandelingen hebben echter nog niet tot een definitief resultaat geleid, zo benadrukte Gucci in een verklaring.

De partijen zijn al sinds maart 1999 in een strijd verwikkeld, toen LVMH een belang begon op te bouwen in Gucci. De Italianen waren bang te worden overgenomen en zochten redding bij PPR. Gucci gaf daartoe extra aandelen uit, waardoor het belang van LVMH verwaterde van 35 tot 20 procent.

De Britse zakenkrant Financial Times meldde vandaag dat de inzet van de onderhandelingen is dat het kleinhandelsconcern PPR in drie stappen de volledige controle over Gucci krijgt. Op dit moment heeft PPR een belang van 42 procent. Het bedrijf zou bereid zijn 95 dollar per aandeel neer te leggen voor een derde van LVMH's 20-procentbelang. Daarmee verwerft PPR de meerderheid in Gucci.

Het aandeel Gucci, dat een beursnotering heeft in Amsterdam en New York, schoot op de beurs van Amsterdam na het nieuws met 8,3 procent omhoog.

De tweede stap van de overnameconstructie zou zijn dat Gucci al zijn aandeelhouders, behalve PPR, in november een speciaal dividend uitkeert van zo'n 7 dollar per aandeel. In maart 2004 zou dan een eindbod van PPR van 101,50 dollar per aandeel Gucci op het resterende belang van LVMH volgen, tegelijk met een bod op alle uitstaande aandelen, aldus de krant.

PPR liet woensdag weten dat de Financial Times dicht bij de waarheid zit.

Als LVMH en PPR in de onderhandelingen slagen, betekent dat er eind komt aan twee jaar moddergevechten, waarbij de partijen elkaar verschillende keren voor de rechter sleepten.